Menu

Evaluatieonderzoek verspreiding jodiumtabletten

Eén van de risico’s in Zeeland is een ongeval met de kerncentrale in Borssele of Doel. De kans dat er iets met een kerncentrale gebeurt, is uiterst klein, maar een ongeval is nooit volledig uit te sluiten. Bij een dergelijk ongeval kan radioactief jodium vrijkomen. Jodiumtabletten bieden bescherming tegen radioactief jodium. Daarom hebben huishoudens, met één of meer personen van 40 jaar en jonger, die binnen een bepaalde afstand van de kerncentrale in Borssele (10 km) of Doel (20 km) wonen, een doosje jodiumtabletten thuisbezorgd gekregen.

Werking jodiumtabletten

Onze schildklier neemt jodium op. In jodiumtabletten zit zoveel jodium dat zij de schildklier verzadigen. Hierdoor bieden de tabletten bescherming tegen radioactief jodium dat vrij kan komen bij een kernongeval. Men dient de jodiumtabletten pas in te nemen na instructie van de overheid. Jodiumtabletten zijn nuttig voor kinderen en volwassenen van 40 jaar en jonger. Bij mensen boven de 40 jaar is de kans op het krijgen van schildklierkanker door straling heel klein en wegen de positieve gevolgen van het innemen van een jodiumtablet niet op tegen de mogelijke bijwerkingen. Volwassenen boven de 40 jaar wordt dan ook afgeraden om jodiumtabletten in te nemen.

 

jodiumpillen

Foto: Omroep Zeeland

Evaluatieonderzoek

In het voorjaar van 2013 zijn de jodiumtabletten verspreid in de gemeenten Bergen op Zoom, Borsele, Goes (’s-Heer Arendskerke), Hulst, Middelburg, Reimerswaal, Sluis (de kern Hoofdplaat), Roosendaal (Wouwse Plantage), Terneuzen (buitengebied bij de kern Biervliet), Vlissingen (de kernen Oost-Souburg en Ritthem en het deel van de stad Vlissingen) en Woensdrecht. Het onderzoek richtte zich op de gemeenten Borsele, Middelburg en Vlissingen. Met behulp van een enquête onder de doelgroep (volwassenen t/m 40 jaar en volwassenen (t/m 40 jaar) met thuiswonende kinderen) is de jodiumcampagne onderzocht.


De GGD Zeeland vraagt zich af wat mensen met de jodiumtabletten werkelijk doen en of de bijbehorende instructie wordt begrepen. Daarom heeft zij in 2014 onder een doelgroep van 4.000 mensen een onderzoek ingesteld met behulp van een enquête. Vragen waren o.a. of de distributie van de tabletten goed verlopen is, of iedereen de tabletten ook heeft ontvangen, of de informatievoorziening voldoende was en of de doelgroep weet wat zij moet doen in een acute fase van een grootschalig incident.
Het project is voor helft gesubsidieerd door de Academische Werkplaats CEPHIR in het kader van de Klein maar fijn projecten.

 

U kunt de uitkomsten en het volledige rapport hier lezen.