Fysieke gezondheid

Ervaren gezondheid

In 2020 ervaarde 19% van de volwassenen in Zeeland de gezondheid als ‘gaat wel’ tot ‘(zeer) slecht’. Dit is hoger dan gemiddeld in Nederland (17%). Van de ouderen in Zeeland ervaart 33% de gezondheid als ‘gaat wel’ tot ‘(zeer) slecht’, gelijk aan het gemiddelde in Nederland.

Daarnaast geldt in het algemeen dat Zeeuwen de gezondheid vaker als ‘gaat wel’ tot ‘(zeer) slecht’ ervaren naarmate zij ouder worden. Er is voor zowel volwassenen als ouderen een dalende trend zichtbaar in het percentage dat de gezondheid als 'gaat wel’ tot ‘(zeer) slecht’ ervaart ten opzichte van voorgaande jaren.

Chronische ziekten

Het percentage volwassenen in Zeeland met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen was in 2020 30%, hoger dan gemiddeld in Nederland (27%). Bij ouderen is het beeld tegenovergesteld. Er zijn minder ouderen in Zeeland (44%) met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen vergeleken met gemiddeld in Nederland (47%). Het percentage volwassenen en ouderen met één of meer langdurige ziekten of aandoeningen in Zeeland is ten opzichte van 2016 stabiel (figuur 3). Voor volwassenen geldt dat vrouwen vaker één of meer langdurige ziekten of aandoeningen hebben (33%), dan mannen (26%). Daarnaast geldt ook dat naarmate men ouder wordt er vaker sprake is van aanwezigheid van één of meer langdurige ziekten of aandoeningen.

Gewicht

Er is sprake van overgewicht als iemand een BMI van 25 of hoger heeft. Ernstig overgewicht is een BMI van 30 of hoger. In Zeeland heeft bijna de helft van de volwassenen en meer dan de helft van de ouderen overgewicht (figuur 4). Van de ouderen en volwassenen met overgewicht heeft 14% van de volwassenen en 16% van de ouderen zelfs ernstig overgewicht. Deze hoge percentages zijn door de jaren heen ongeveer gelijk gebleven (figuur 5).  Dat er geen verbetering in het percentage inwoners met (ernstig) overgewicht zichtbaar is, is zorgelijk. Overgewicht heeft namelijk een negatieve impact op de gezondheid, vanwege verhoogd risico op verschillende gezondheidsproblemen, zowel fysiek (o.a. diabetes en hart- en vaatziekten) als psychisch (o.a. angststoornissen en depressie).  Geraadpleegde bronnen, kijk voor meer informatie op de website van Volksgezondheid en zorg: www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/overgewicht/cijfers-context/gevolgen

Zorgbehoefte

In Zeeland krimpt de bevolking door ontgroening en vergrijzing. De vergrijzing heeft een grote impact op de volksgezondheid en zorg. Het aandeel ouderen in de samenleving neemt toe. Hierdoor neemt de druk op het gehele zorgsysteem toe, van mantelzorg tot eerstelijnszorg en van spoedzorg tot verpleeghuiszorg. We zien een daling van de personeelscapaciteit in de zorg. Dit zal in de nabije toekomst in ernst toenemen. Hierdoor komt er onder andere meer druk op de mantelzorg, terwijl het mantelzorgpotentieel in Zeeland daalt. Uit de resultaten van de monitor blijkt dat in Zeeland volwassenen en ouderen vaker mantelzorg geven in vergelijking met volwassenen en ouderen in Nederland. Er wordt in Zeeland meer mantelzorg gegeven, terwijl er minder mensen zijn die mantelzorg kunnen leveren en het mantelzorgpotentieel in de toekomst verder daalt. Door de daling van het aantal (beschikbare) mantelzorgers zal de druk op de mensen die mantelzorg geven toenemen.

Hulp

92% van de volwassenen en 84% van de ouderen in Zeeland geeft aan dat wanneer men nu of in de toekomst behoefte heeft aan hulp vanwege de gezondheid, deze beschikbaar is in de omgeving. Het overgrote deel van volwassenen (63%) en ouderen (61%) in Zeeland geeft aan een beetje moeite te hebben met het vragen van hulp bij problemen met de gezondheid. 16% van de volwassenen en 20% van de ouderen in Zeeland geeft aan het erg moeilijk te vinden om hulp te vragen bij gezondheidsproblemen. Voor beiden geldt dat deze percentages toenemen naarmate men ouder wordt. In 2020 ontving 9% van de volwassenen en 23% van de ouderen hulp vanwege de gezondheid. Volwassenen ontvangen deze hulp vooral van een mantelzorger, en ouderen van zowel een mantelzorger als een betaalde hulp. Daarnaast blijkt uit de resultaten dat volwassenen met een laag opleidingsniveau vaker hulp ontvangen (15%), in vergelijking met het Zeeuws gemiddelde (9%) en in vergelijking met hoogopgeleide volwassenen (7%).