Gelijke kansen op gezondheid – onder constructie Sociaaleconomische gezondheidsverschillen in beeld

Sociaaleconomische gezondheidsverschillen in beeld

Cijfers per gemeente

Mensen met een laag inkomen en een lage opleiding (basisonderwijs + vmbo) leven 15 jaar minder in goede gezondheid dan mensen met een hbo- of universitaire opleiding en een hoog inkomen (Bron: Pharos - Factsheet Sociaal economische Gezondheidsverschillen juli 2022). Deze sociaaleconomische gezondheidsverschillen zijn hardnekkig en ook in Zeeland terug te vinden.

SES WOA score

Een maat om deze sociaaleconomische gezondheidsverschillen mee weer te geven is de SES-WOA score. Deze is bepaald door het Centraal Bureau van de Statistiek (CBS) op basis van gegevens over financiële welvaart (W), opleidingsniveau (O) en recent arbeidsverleden (A) van huishoudens. Een score van 0 betekent een SES-WOA gelijk aan het Nederlandse gemiddelde. Een hogere of lagere score betekent een respectievelijk hogere of lagere sociaal economische status/positie ten opzichte van het gemiddelde.

De (gemiddelde) SES-WOA verschilt niet zo zeer tussen gemeenten, maar wel tussen wijken; daarom worden de cijfers op wijkniveau getoond. In de wijken met de laagste SES-WOA score, zien we vaak negatievere gezondheidsuitkomsten in de GGD gezondheidsmonitors (zie figuur 1). Dit kan aanknopingspunten bieden voor gemeenten om bepaalde interventies of regelingen gerichter in te zetten.

Sociaaleconomische gezondheidsverschillen op wijkniveau

Armoede en schulden

Onderliggende factoren zoals armoede en schulden veroorzaken stress met een negatief effect op de gezondheid en creëren bij een kwetsbare groep mensen een gezondheidsachterstand en houdt deze in stand. Landelijk zijn verschillende dashboards ontwikkeld met indicatoren op dit thema voor uw gemeente. 

Regiobeeld.nl - sociale omgeving

Moeite met rondkomen

Door de gestegen kosten voor levensonderhoud als gevolg van de inflatie en energiecrisis hebben steeds meer mensen moeite om rond te komen. Het aandeel Zeeuwen dat moeite heeft met rondkomen neemt toe. In 2020 had nog 11% van de volwassenen en 5% van de ouderen moeite met rondkomen, nu zijn deze percentages bijna verdubbeld tot 18% en 9%. Uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 blijkt dat Zeeuwen wel iets minder vaak moeite hebben met rondkomen, ook al wonen in Zeeland ten opzichte van Nederland meer laagopgeleiden. 

Moeite met rondkomen per gemeente

Trend in moeite met rondkomen per gemeente

Ook zijn er duidelijke gezondheidsverschillen te zien tussen inwoners die aangeven moeite te hebben met rondkomen en diegene die hier geen moeite mee hebben. Zo ervaart slechts 48% van de mensen die moeite hebben met rondkomen hun gezondheid als goed of zeer goed tegenover 74% van de mensen die geen moeite hebben met rondkomen.  

Kijken we naar psychische klachten, dan zien we dat relatief meer mensen in de groep moeite met rondkomen deze ervaart t.o.v. de groep die geen moeite heeft met rondkomen, namelijk 39% t.o.v. 15%.  

Ervaren gezondheid en mentale gezondheid uitgesplitst naar moeite met rondkomen

Moeite met rondkomen hangt dus samen met de ervaren gezondheid en psychische klachten. Kunnen we dan nog iets zeggen over wie die 15% in Zeeland is die dus moeite heeft met rondkomen? Kijkend naar verschillende achtergrondkenmerken van deze mensen, zoals bijvoorbeeld leeftijd, gezinssamenstelling en inkomen zien we dat het om een gevarieerde groep gaat die moeite heeft met rondkomen.  

In lijn met de verwachting zien we dat mensen met lage inkomens vaker aangeven moeite te hebben met rondkomen. Dit neemt echter niet weg dat er ook mensen zijn met hoge inkomens die aangeven dat ze moeite hebben met rondkomen, hetzij minder vaak. Inkomen hangt uiteraard samen met de opleiding en werksituatie. We zien dan ook dat mensen die geen betaald werk hebben (m.u.v. diegene die gepensioneerd zijn) vaker aangeven dat ze moeite hebben met rondkomen in vergelijking met mensen die wel betaald werk hebben (30% t.o.v. 15%).  

Kijken we naar de gezinssamenstelling, dan valt op dat vooral alleenstaande ouders vaker aangeven dat ze moeite hebben met rondkomen t.o.v. partners met kinderen. Maar er zijn ook mensen uit andere type gezinssamenstellingen die moeite hebben met rondkomen.  

Verder valt op dat er een verband is tussen leeftijd en de mate waarin men moeite heeft met rondkomen. Hoe hoger de leeftijd, hoe minder vaak men moeite heeft met rondkomen (het percentage dat moeite heeft met rondkomen neemt af naarmate de leeftijd stijgt). De groep jongvolwassenen (18-24 jaar) heeft het wat dat betreft het moeilijkst; bijna een kwart van hen geeft aan moeite te hebben met rondkomen (namelijk 24% en 25 – 39 jaar komt op 21%). Het is interessant om ons af te vragen hoe dit komt. Heeft dit bijvoorbeeld te maken met het feit dat jonge mensen aan het begin van hun loopbaan staan en in verhouding minder te besteden hebben? Misschien ook in combinatie met de situatie vandaag de dag (o.a. stijgende prijzen)? Of is er misschien ook sprake van een generatieverschil als het gaat om hoe men in het leven staat? Om hier meer inzicht in te krijgen is in gesprek gaan met de doelgroep noodzakelijk. 

Achtergrondkenmerken uitgesplitst naar moeite met rondkomen

Gezondheidsvaardigheden

Mensen die moeite hebben met lezen (laaggeletterden) hebben minder goede ‘gezondheidsvaardigheden’ dan anderen. Gezondheidsvaardigheden zijn nodig om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen, te beoordelen en te gebruiken bij het maken van gezonde keuzes. Met alle negatieve gevolgen van dien. Daarom is het belangrijk dat deze groep in beeld is en waar nodig communicatie en informatie wordt aangepast. Laaggeletterdheid komt relatief vaak voor bij mensen met een lage opleiding, met een migratieachtergrond en bij ouderen. De cijfers over laaggeletterdheid zijn alleen op gemeenteniveau beschikbaar, maar er zullen verschillen zijn tussen wijken. 

Laaggeletterdheid per gemeente