Menu

Veelgestelde vragen

    Jeugd en opvoeden

  1. Wat kan ik doen tegen hoofdluis?

    Hoofdluis verspreidt zich makkelijk, vooral onder kinderen omdat kinderen veel met elkaar spelen en vaak bij elkaar zijn. Het maakt in principe niet uit hoe schoon je kind is, elk kind kan hoofdluis krijgen. Lees verder >

  2. Mijn baby heeft harde ontlasting, wat kan ik doen?

    Vooral met flesvoeding kunnen baby's last hebben van harde keutels. Wij kunnen u een aantal tips geven. Lees verder >

  3. Mijn baby slaapt zo weinig, wat is normaal?

    De ene baby slaapt langer door dan de andere. Lees verder >

     

  4. Mijn baby heeft last van krampjes.

    Vanaf de derde week tot aan de derde of vierde maand is het heel normaal dat baby’s weleens last hebben van darmkrampjes. Lees verder >

  5. Hoeveel borst- of flesvoeding heeft mijn baby nodig?

    Lees hier meer over hoeveel borstvoeding je kind nodig heeft. Lees verder > 

    Lees hier meer over hoeveel flesvoeding je kind nodig heeft. Lees verder >

  6. Hoe kan ik borstvoeding blijven geven als ik weer ga werken?

    Als je borstvoeding wilt blijven geven wanneer je weer aan het werk gaat, kun je je melk afkolven. Lees verder >

     

  7. Wat heb ik voor de babyuitzet echt nodig?

    Als je een baby verwacht, heb je heel veel spullen nodig, van een autostoeltje tot een teddybeer in de kinderkamer. Lees verder >

  8. Hoe bereid ik mijn kind voor op de komst van een broertje of zusje?

    Als er een baby op komst is, is het verstandig om je kind bij de zwangerschap te betrekken. Lees verder >

  9. Moet ik me aanmelden voor het consultatiebureau?

    Nee, dat hoeft niet. Na de geboorte van je kind krijg je van de Jeugdgezondheidszorg vanzelf een uitnodiging voor een gehoortest. Lees verder >

  10. Wat is gezond leven tijdens de zwangerschap?

    Om gezond te zijn en te blijven, kun je letten op gezonde voeding, een goede nachtrust en voldoende beweging. Lees verder >

  11. Welke voeding kan ik het best na de geboorte aan mijn baby geven?

    De beste voeding voor je kind is borstvoeding, vanwege alle goede stoffen die erin zitten. Maar als je door omstandigheden je baby geen borstvoeding kunt of wilt geven, is flesvoeding een goed alternatief. Lees verder >

  12. Waarom is mijn peuter de laatse tijd zo lastig?

    Er zijn veel soorten lastig gedrag waar je mee te maken kunt krijgen. Sommige problemen stellen hoge eisen aan je opvoederschap. Lees verder >

  13. Wanneer wordt mijn peuter zindelijk?

    Je kind is er aan toe als het zelf controle krijgt over plassen en poepen, dus kan ophouden en zelf kan reageren op aandrang. Lees verder >

  14. Mijn peuter eet zo slecht. Wat kan ik doen?

    Als je kind slecht eet, kan dat een probleem zijn. Kinderen hebben veel goede bouwstoffen, vitamines en mineralen nodig om fit te blijven en te groeien. Lees verder >

  15. Wat doe ik als mijn peuter ’s nachts niet wil slapen?

    Duidelijkheid helpt bij het slapen en voorkomen van slaapproblemen. Vaste gewoonten spelen daarin een belangrijke rol. Lees verder >

  16. Mijn kind van twee zegt zo weinig, is dat normaal?

    Tweejarigen gebruiken tussen de 50 en 600 woorden. Vaak maken ze drie-woord-zinnen. Lees verder >

  17. Mijn kind eet zo weinig, wat moet mijn kind eten?

    Het is belangrijk om gevarieerd te eten, met af en toe iets tussendoor, maar vooral ook veel brood, groente en fruit. Voldoende drinken is ook belangrijk. Lees verder >

  18. Mijn kind is zo druk, is dat normaal?

    Het is normaal wanneer kinderen zich af en toe druk gedragen. Ze kunnen ergens enthousiast over zijn of nerveus omdat er iets spannends gaat gebeuren. Lees verder >

  19. Mijn kind heeft faalangst. Wat kan ik doen?

    Een faalangstig kind is vaak bang om dingen uit te proberen of door te zetten. Door het idee dat het toch niet zal lukken, lukt het vaak ook inderdaad niet. Lees verder >

  20. Mijn kind is te zwaar. Wat kan ik doen?

    Steeds meer kinderen zijn al op steeds jongere leeftijd te dik. Soms zijn er medische oorzaken of is er een erfelijke aanleg. Maar meestal komt het door ongezond eten en te weinig beweging! Lees verder >

  21. Mijn kind wordt gepest, wat kan ik doen?

    Als kinderen herhaaldelijk en op verschillende manieren worden gepest, kunnen ze sociale en emotionele problemen krijgen. De gevolgen van pesten zijn ernstig, en het is dan ook belangrijk om het probleem op tijd en goed aan te pakken. Lees verder >

  22. Mijn puber heeft slechte eetgewoonten en ik maak me zorgen.

    Als het hele gezin aan tafel zit, praat je met elkaar en wissel je ervaringen uit. Als ouder geef je dan ook het voorbeeld voor gezonde eetgewoonten. Lees verder >

  23. Mijn puber is zo somber, moet ik me zorgen maken?

    Wisselende stemmingen, onzekerheid, rondhangen en ontevredenheid; het hoort eigenlijk allemaal bij de (pre)puberteit. Lees verder >

  24. Hoe maak ik afspraken over gebruik van computer en mobiel?

    Jongeren in deze tijd groeien op met moderne technieken en media zoals internet, televisie en telefoon. Die media zijn een bron van ontspanning voor pubers en ze leren er veel van. Lees verder >

  25. Ik heb steeds ruzie met mijn puber over het maken van huiswerk.

    Het ene kind gaat liever naar school dan het andere. Het ene kind werkt ook harder of leert makkelijker dan het andere. Dit kan allerlei oorzaken hebben. Lees verder >

  26. Mijn puber drinkt zoveel alcohol in het weekend, wat kan ik doen?

    Als ouder heb je veel invloed op het gedrag van je kinderen. Als je duidelijke regels afspreekt over het drinken van alcohol, hebben kinderen daar meer houvast aan dan wanneer je geen of onduidelijke grenzen stelt. Lees verder >

  27. Waar kan ik informatie vinden over een specifiek kindercentrum of een peuterspeelzaal?

    De inspectierapporten van GGD Zeeland zijn openbaar. U vindt ze op de website van het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen 

    Selecteer de juiste gemeente en kies het soort kinderopvang. Klik op de instelling en u vindt het laatst gepubliceerde rapport.

  28. Zijn er medische redenen om je niet tegen HPV te laten vaccineren?

    Je kunt de vaccinatie beter uistellen als:
    - Je zwanger bent, want er zijn  onvoldoende gegevens bekend over het effect van het HPV-vaccin op de ongeboren
    vrucht.
    - Je koorts hebt (temperatuur hoger dan 38,5 graden Celsius), want dan werkt het vaccin minder goed.
    - Je jezelf te ziek voelt om naar buiten te gaan (als je ziek bent werken vaccins minder goed).
    - Je in de afgelopen 3 maanden medicijnen gebruikt hebt, die je afweer verminderen of onderdrukken
    (bijvoorbeeld een chemokuur, medicijnen tegen afstoting na een transplantatie, hoge doses corticosteroïden), want dan werkt het vaccin minder goed.
    - Je in de afgelopen 3 maanden bestraald bent, want dan werkt het vaccin minder goed.

    Neem voor de vaccinatie contact op met je huisarts, specialist of een deskundige van GGD Zeeland als:

    - Je al eerder één of meer vaccinaties tegen baarmoederhalskanker hebt ontvangen.

    - Je allergisch (overgevoelig) bent voor één van de bestanddelen van het vaccin (zie bijsluitertekst).

    - Je een ziekte hebt, waardoor je weerstand tegen infecties verminderd is.

    - Je een ziekte hebt, waardoor je bloedstolling verminderd is.

    - Je medicijnen gebruikt in verband met je bloedstolling.

  29. Welke papieren moet ik meenemen naar de priklocatie?

    DTP/BMR: oproepkaart en de inentingskaart(en). Deze laatste wordt meestal bewaard in het groene boekje van het consultatiebureau.

    HPV: oproepkaart voor vaccinatie HPV (waarop naam, adres en geboortedatum vermeld staan) en identificatiebewijs. Als je de oproepkaart vergeten bent of kwijt bent, moet je een geldig legitimatiebewijs kunnen tonen: ID-kaart of paspoort. Andere documenten (zoals brommer-/scooterrijbewijs of bibliotheekkaart) worden niet geaccepteerd!

  30. Moet ik me uitkleden als ik de prik krijg?

    Nee, dat hoeft niet. Je krijgt de prik in je bovenarm. Draag daarom loszittende kleding, zodat je je arm makkelijk uit je mouw kunt halen.

  31. Ik wil doorgeven dat ik mij niet wil laten vaccineren/al gevaccineerd ben

    Het is belangrijk om in dat geval de antwoordkaart in te vullen en op te sturen. Deze melding kan uitsluitend schriftelijk gedaan worden, rechtstreeks aan het RIVM. Alleen dat garandeert een goede registratie. De antwoordkaart zat in de envelop bij de oproep voor de vaccinatie.

  32. Waar kan ik terecht voor een HPV-vaccinatie als ik dat zelf wil?

    Meisjes en jonge vrouwen die zich willen laten vaccineren en die niet in aanmerking komen voor HPV-vaccinatie van het Rijksvaccinatieprogramma (dus buiten de doelgroep vallen), kunnen terecht op het vaccinatiespreekuur van de GGD Zeeland. Dit geldt ook voor jongens, die zich willen laten vaccineren. Voor het vaccinatiespreekuur van de GGD Zeeland kan elke werkdag tussen 8.30 en 17.00 uur een afspraak gemaakt worden via het volgende telefoonnummer (10 ct. per minuut) 0900-8222467.

  33. Wat kost HPV-vaccinatie?

    De doelgroep van de vaccinatiecampagne krijgt de inentingen gratis, omdat deze opgenomen zijn in het Rijksvaccinatieprogramma.
    Een volledige vaccinatieserie tegen HPV bestaat uit drie inentingen. De kosten bedragen ± € 140,00 per inenting. Daarnaast wordt eenmalig een bedrag van ± € 24,00 in rekening gebracht voor consult- en administratiekosten.

  34. Kan ik laten onderzoeken of ik besmet ben met het HPV-virus?

    In principe kan dat, maar in de praktijk wordt het weinig toegepast. Het gaat om duur onderzoek (PCR-testen), waarvan de uitslag niet veel zegt, omdat:

    - Het HPV-virus heel veel voorkomt (80% van de mensen die seksueel actief zijn, maken ooit een HPV-infectie door).
    - Besmetting met HPV lang niet altijd tot ziekteverschijnselen leidt.
    - Er geen behandelingsmogelijkheden zijn voor een besmetting met HPV (behalve als er ziekteverschijnselen zijn, zoals
    baarmoederhalskanker en de voorstadia daarvan of genitale wratten).

  35. Op welke leeftijd ga ik in gesprek met mijn kind over seksualiteit?

    De Jeugdverpleegkundige geeft uitleg over dit onderwerp in dit filmpje.

  36. Mijn kind drinkt energiedrankjes, is dat erg?

    De jeugdverpleegkundige geeft hierover advies in dit filmpje.

  37. Tot welke leeftijd help ik mijn kind met tandenpoetsen?

    De tandheelkundig preventief medewerker geeft daarover uitleg in dit filmpje.

  38. Laat meer zien van: Jeugd en opvoeden

    Op reis en vaccinaties

  1. Ik heb een last-minute geboekt. Heeft het nog zin om langs te komen?

    Ja. Het heeft altijd zin om langs te komen. Oók als je een last-minute geboekt hebt! Vaccinaties geven namelijk vaak al na korte tijd bescherming. En met malariatabletten bijvoorbeeld kun je vlak voor vertrek starten.

  2. Ik ga pas over een paar maanden op reis. Kan ik me nu al laten vaccineren?

    Ja. Inentingen zijn altijd lang werkzaam. Je kunt dus al in februari langskomen, als je in juli op vakantie gaat.

    In de knel

  1. Mijn buurman gooit zijn afval in de tuin. Wij hebben nu last van de stank en vliegen. Wat kan ik doen?

    Bespreek het probleem en kijk of u het samen met de buurman kunt oplossen. Als dat niet lukt, kunt u contact opnemen met de verhuurder van de woning.

  2. Ik maak me zorgen over een man bij mij in de straat. Sinds zijn vrouw is overleden zien we hem nooit meer. Zijn huis en tuin zien er rommelig uit.

    Neem contact op met de huisarts van de persoon waar u zich zorgen om maakt en bespreek uw zorgen. Weet u niet wie de huisarts is? Bel dan het Meld en actiepunt Bemoeizorg: 0113 -249456.

  3. Ik wil iemand aanmelden voor bemoeizorg, maar ik blijf zelf liever anoniem. Kan dat?

    U kunt geen anonieme melding doen. Uw naam wordt niet bekend gemaakt bij de persoon die u aanmeldt als daar een gegronde reden voor is. Wel vragen we u na afloop om de aanmelding alsnog te bespreken met deze persoon.

  4. Ik heb ruzie met de buren, kan ik daarvoor het meldpunt bellen?

    Het MAB bemiddelt niet in burenruzies. Ga in gesprek met de buren en probeer samen tot een oplossing te komen. Als dit niet lukt, kan Buurtbemiddeling helpen. Informeer hiernaar bij uw gemeente.

  5. Laat meer zien van: In de knel

    Milieu en gezondheid

  1. Hoe kan ik schimmel bestrijden?

    Bij het bestrijden van schimmels is het aanpakken van vochtproblemen van essentieel belang. Wanneer de oorzaak van het vocht niet wordt opgelost, komen schimmels vrijwel altijd terug. U leest er meer over op de pagina Vocht en schimmel.

  2. Hoe komen schimmels in huis?

    De meeste schimmelsoorten groeien in warme, vochtige omgevingen. Bronnen van schimmels in woningen zijn bijvoorbeeld huisstof en groente-, fruit- en tuinafval. Verschillende materialen zijn extra schimmelgevoelig. Behang en ruwe materialen zoals kitranden zijn een goede voedingsbodem. Maar schimmels groeien ook op materiaal dat water kan opnemen, zoals gipsplaten en tegelvoegen.

  3. Kunnen schimmels gezondheidsklachten veroorzaken?

    Wanneer bewoners niet allergisch zijn voor schimmels,merken ze er weinig van. Bepaalde schimmelsoorten kunnen allergische reacties veroorzaken, zoals benauwdheid, piepende ademhaling, astma, verstopte neus, eczeem, jeuk, hoesten, niesbuien, huidklachten, tranende en jeukende ogen. Schimmels in huis wijzen op vochtproblemen. Dan kan ook meer huisstofmijt aanwezig zijn. Allergie hiervoor komt veel vaker voor dan allergie voor schimmels.

  4. Moet ik ook in de winter ventileren?

    Door in de winter continu te ventileren, wordt warme, vochtige binnenlucht vervangen door koude, droge buitenlucht. Zo is het mogelijk om in de winter vocht uit de woning te ventileren. Het verwarmen van droge binnenlucht kost minder energie. Zet de thermostaat nooit lager dan 15 °C. Als de temperatuur te veel daalt, slaat vocht neer op koude plekken zoals ramen en buitenmuren.

  5. Welk ventilatiesystemen heeft mijn woning?

    Veel woningen hebben tegenwoordig een ventilatiesysteem. Het is belangrijk te weten welk systeem in uw woning aanwezig is.

    • Natuurlijke ventilatie: toe- en afvoer van lucht vindt plaats zonder mechanische ventilatoren via open ramen, roosters en kieren.
    • Natuurlijke toevoer en mechanische afvoer van lucht: de lucht wordt door een ventilator afgezogen uit keuken, badkamer en toilet, frisse lucht komt binnen via open raampjes en roosters.
    • Mechanische toe- en afvoer (balansventilatie): lucht wordt aan- en afgevoerd met ventilatoren. Het ventilatiesysteem werkt alleen optimaal als u het op de juiste manier gebruikt en onderhoudt.
  6. Heeft mijn ventilatiesysteem onderhoud nodig?

    Wij adviseren om het afzuigsysteem één keer per jaar te laten onderhouden door een vakman.

    Bij mechanische ventilatie moet de unit schoonblijven. Reinig ens in de tien jaar de binnenkant van de luchttoevoerkanalen.Ventilatoren zijn na 10-15 jaar aan vervanging toe. Raadpleeg een installateur als het mechanische ventilatiesysteem veel lawaai maakt.

  7. Mijn kind moet erg hoesten, heeft het asbestvezels ingeademd?

    Inademen van asbestvezels veroorzaakt geen hoesten.

  8. Lopen kinderen meer risico dan volwassenen?

    Kinderen zijn niet gevoeliger voor asbestvezels, maar ze vormen wel een risicogroep vanwege het feit dat ze nog een lang leven voor zich hebben. Na eventuele blootstelling dragen ze de ingeademde asbestvezels langer in hun lichaam, die tientallen jaren later schadelijke gezondheidseffecten kunnen veroorzaken.

  9. Wanneer moet ik onderzocht worden?

    Met medisch onderzoek kun je niet:

    • nagaan wat de blootstelling is geweest;
    • vaststellen wat de gezondheidsschade is die je hebt opgelopen
    • voorkomen dat later gezondheidseffecten optreden

    Voor mensen die met asbest in contact zijn geweest en hierover medische vragen hebben, is een medisch onderzoek niet zinvol. De blootstelling is meestal te gering om gezondheidseffecten te verwachten. De belangrijkste maatregel is het voorkomen van verdere blootstelling. Indien wel sprake is geweest van verhoogde blootstelling, dan zijn de mogelijkheden van onderzoek zeer beperkt. Röntgenonderzoek bij blootstelling aan asbest is slechts een momentopname. De risico’s van de belastende straling van het om de paar jaar moeten maken van een serie röntgenfoto’s zijn waarschijnlijk groter dan de risico’s van de blootstelling aan asbest.

  10. Waarom wordt asbest verwijderd door mannen in witte pakken?

    Asbest wordt verwijderd door professionals in witte pakken. Zij dragen deze kleding ter bescherming. Deze beschermende kleding is voor de professionals noodzakelijk omdat zij dagelijks in contact komen met hogere hoeveelheden asbest(vezels) dan burgers. De beschermende kleding en adembescherming voorkomen langdurige, relatief hoge blootstelling. Voor u is het risico zo klein dat u geen beschermende kleding nodig heeft.

  11. Waar leeft de eikenprocessierups?

    De eikenprocessierups komt voor in heel Europa, maar nog niet in de Scandinavische landen. De eikenprocessierups voedt zich met eikenblad en heeft een lichte voorkeur voor de zomereik, maar je kunt de rups ook aantreffen op andere soorten zoals Amerikaanse eik, wintereik en Moeraseik. De rupsen lopen in de typische 'processie' langs de stam van de boom. Als er veel rupsen zijn en er gebrek aan voedsel is, lopen de rupsen naar andere (soorten) bomen. Vooral bij warme en droge voorjaarsomstandigheden gedijt de rups goed.


  12. In welke gebieden kom je de eikenprocessierups tegen?

    De rups wordt vooral gezien in zomereiken langs lanen in steden en dorpen. Maar zit ook op erfbeplantingen op campings en op landgoederen in bosrijke omgeving. In bosgebieden komt de rups minder voor. Dat kan komen omdat er in het bos meer natuurlijke vijanden leven die de populaties onderdrukken.

  13. Laat meer zien van: Milieu en gezondheid

    Infectieziekten en hygiëne

  1. Mijn kind heeft waterpokken. Mag mijn kind dan naar het kinderdagverblijf/school?

    Als iemand met waterpokken zich goed voelt dan kan die gewoon naar de crèche, het dagverblijf, de peuterspeelzaal, school of werk. Iemand is al besmettelijk voordat die ziek is en kan anderen al hebben besmet. Om verspreiding van waterpokken te voorkomen heeft het daarom ook geen zin om zelf thuis te blijven of uw kind thuis te houden wanneer iemand in uw omgeving waterpokken heeft. Informeer wel de leiding van het kindercentrum of de leerkracht.

  2. Wat doet de GGD met besmettelijke ziekten?

    Bij de GGD werkt een heel team samen om:

    • te voorkomen dat meer mensen besmet worden in de omgeving van iemand die een besmettelijke ziekte heeft
    • te zoeken naar de bron van besmetting. Hierdoor proberen we te voorkomen dat er meer mensen ziek worden
    • zicht te houden op het vóórkomen van bepaalde besmettelijke ziekten en deze proberen in te dammen;
    • personeel van instellingen zoals verpleeg- en verzorgingshuizen te ondersteunen bij een uitbraak van een besmettelijke ziekte zoals schurft of voedselinfectie

    Een goede bestrijding van infectieziekten is belangrijk voor een goede gezondheid van iedereen in Nederland. De GGD werkt hiervoor samen met vele artsen en instellingen.

  3. Wat is het verschil tussen griep en verkoudheid?

    Griep wordt veroorzaakt door een influenzavirus. Verkoudheid door andere virussen. Bij griep is het slijmvlies in de luchtwegen ontstoken, vaak ook de lagere luchtwegen. Bij verkoudheid zijn meestal alleen de bovenste luchtwegen ( slijmvlies in de neus- en keelholte en/of bijholten) ontstoken. Griep begint vaak plotselingmet koude rillingen, koorts, hoofdpijn en heftige spierpijn. De koorts kan binnen 12 uur oplopen tot 39 °C of hoger. De koorts duurt meestal 3 tot 5 dagen. Als je griep hebt heb je last van je hele lichaam. Verkoudheid begint vaakgeleidelijk met keelpijn. Bij verkoudheid krijgen volwassenen bijna nooit koorts (kinderen soms wel).
    Zowel bij griep als verkoudheid duurt volledig herstel 1 tot 3 weken. Griep gaat meestal zonder problemen vanzelf over. Het kán ernstig verlopen, vooral als mensen andere ziekten hebben (risicogroepen). Bij gezonde mensen verloopt griep en verkoudheid bijna nooit ernstig.. Bij verkoudheid door sommige virussen kan ziekenhuisopname bij zeer jonge kinderen nodig zijn.

  4. Waar kan ik een tatoeage of piercing op een veilige manier kan laten zetten?

    Kijk op de website www.veiligtatoeerenenpiercen.nl. Op deze site staan alle bedrijven vermeld die al een vergunning hebben. U vindt er ook evenementen waarop getatoeëerd en piercings gezet mogen worden.

  5. Hoe loop je tuberculose op?

    Tuberculose is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door de tuberkelbacterie. De bacteriën verspreiden zich via de lucht, waardoor de ziekte heel besmettelijk kan zijn. De ziekte kan alleen worden overgedragen door direct contact. Dat wil zeggen: door samen met iemand in één ruimte te zijn. Je kunt het niet overdragen via bijvoorbeeld handen geven of drinken uit hetzelfde glas.

  6. Wat zijn de symptomen van tuberculose?

    Door tuberculose kun je klachten krijgen als hoesten, moeheid, koorts en gebrek aan eetlust. Ook kan de ziekte leiden tot ontstekingen. In de longen, maar ook in andere lichaamsdelen, zoals nieren, gewrichten en klieren.

  7. Ben ik als behandelaar verplicht een infectieziekte te melden?

    Ja, u bent strafbaar als u een infectieziekte niet aan ons meldt. Het medisch beroepsgeheim geldt niet voor de meldingsplicht aan de GGD.

  8. Heeft mijn instelling een meldingsplicht?

    De meldingsplicht voor infectieziekten geldt voor instellingen waar kwetsbare groepen verblijven of samenkomen:

     

    • Verpleeghuizen
    • Ziekenhuizen
    • Verzorgingshuizen
    • Instellingen voor verstandelijk gehandicapten
    • Kindercentra
    • Scholen voor basisonderwijs
    • Opvangcentra voor dak- en thuislozen
    • Opvangcentra voor asielzoekers
    • Jeugdinstellingen

     

     

  9. Worden de kosten voor een TBC-behandeling vergoed?

    Wanneer u de GGD bezoekt omdat bij u tuberculose is vastgesteld maakt de GGD kosten voor uw behandeling en/of eventueel vervolgonderzoek. Vanaf 1 juli 2013 declareert de GGD deze kosten bij uw zorgverzekeraar. De tarieven zijn vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza). Uw zorgverzekeraar vergoedt deze kosten meestal.  In uw zorgverzekering is een eigen risico opgenomen. Het eigen risico is een bedrag dat u elk jaar eerst zelf moet betalen. Daarna betaalt uw zorgverzekering de kosten voor zorg. Alleen mensen die 18 jaar of ouder zijn, betalen dit eigen risico.

     

    Neemt u voor meer informatie contact op met uw zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar kan u vertellen welke zorgkosten worden vergoed, wat uw polisvoorwaarden zijn en hoe uw zorgnota is opgebouwd.

  10. Vergoedt mijn verzekeraar het GGD-bezoek aan de afdeling infectieziektebestrijding?

    Wanneer u de GGD bezoekt omdat bij u een infectieziekte is vastgesteld maakt de GGD kosten voor uw behandeling en/of eventueel vervolgonderzoek. Vanaf 1 juli 2013 declareert de GGD deze kosten bij uw zorgverzekeraar. De tarieven zijn vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza). Uw zorgverzekeraar vergoedt deze kosten meestal.  In uw zorgverzekering is een eigen risico opgenomen. Het eigen risico is een bedrag dat u elk jaar eerst zelf moet betalen. Daarna betaalt uw zorgverzekering de kosten voor zorg. Alleen mensen die 18 jaar of ouder zijn, betalen dit eigen risico.

     

    Neemt u voor meer informatie contact op met uw zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar kan u vertellen welke zorgkosten worden vergoed, wat uw polisvoorwaarden zijn en hoe uw zorgnota is opgebouwd.

  11. Laat meer zien van: Infectieziekten en hygiëne

    Hitte

  1. Wanneer is het te warm?

    Wanneer de buitentemperatuur langdurig boven de 250 C is, beginnen mensen last te krijgen van de hitte. Vooral kwetsbare groepen kunnen last krijgen van vermoeidheid, concentratie­problemen of benauwdheid. Dat geldt des te meer wanneer er ook sprake is van een hoge lucht­vochtigheid, zonnestraling, weinig wind, isolerende kleding, fysieke inspanning en weinig afkoeling in de nacht. Preventieve maatregelen zijn dan noodzakelijk.

  2. Waarom is hitte gevaarlijk voor bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen?

    De bewoners zijn meer dan gemiddeld gevoelig voor de gevolgen van aanhoudende hitte. Enerzijds omdat deze groep meer met ziekten en beperkingen te maken heeft. Anderzijds vanwege de huisvesting die niet altijd voldoende op hitte is berekend. Pas sinds enige tijd wordt er bij nieuw- en verbouw van verpleeg- en verzorgingshuizen gewerkt met toepassing van klimaatbeheersings­systemen.

     

  3. Hoe moet ik medicijnen bewaren tijdens hitte?

    Lees altijd de bijsluiter voor het bewaaradvies. Staat er niets over beschreven, dan kunt u het middel het beste bewaren in een droge kast waar het niet warmer wordt dan 25°C. De badkamer is geen goede plek voor medicijnen: het is daar te vochtig. Staat er wel een bewaarvoorschrift op het etiket en in de bijsluiter, volg deze dan op. 

     

     

  4. Wat zijn de risico's bij evenementen in de volle zon?

    Wanneer mensen dicht op elkaar gepakt staan, in de volle zon, wordt het moeilijk om lichaamswarmte kwijt te raken. Daarnaast zijn er evenementen waarbij de deelnemer zich moet inspannen, zoals bij een sport evenement. Risicovol gedrag bestaat vooral uit onvoldoende vochtinname en overmatig alcoholgebruik. Bezoekers van evenementen hebben bij warm weer een groter risico op gezondheids­problemen door een continue blootstelling aan een hoge omgevingstemperatuur. Neem voor meer informatie contact op met de GGD.

     

  5. Waarom is hitte een probleem?

    Aanhoudend warm weer vormt een gezondheidsrisico voor bepaalde groepen. Met name ouderen, mensen in zorghuizen, chronisch zieken en mensen met overgewicht zijn risicogroepen. Deze mensen kunnen de hitte niet goed aan. Ze krijgen gezondheidsproblemen door de warmte. Uit onderzoek is gebleken dat er in Nederland elk jaar extra sterfgevallen zijn tijdens perioden van aanhoudende hitte. .

     

  6. Wat is een hittegolf?

    Een periode met aanhoudende warmte wordt een hittegolf genoemd als op het KNMI-station De Bilt minimaal vijf aaneengesloten dagen zomers (temperaturen hoger dan 25°C) verlopen. Minimaal drie van deze vijf dagen dienen tropisch (meer dan 30°C) te zijn.

     

  7. Wat is de maximale temperatuur waarbij lesgegeven mag worden?

    In het onderwijs zijn géén concreet vastgestelde normen voor de temperatuur in lokalen Het schoolbestuur bepaalt zelf of het bij aanhoudend warm zomerweer een “tropenrooster” instelt. Een tropenrooster is een rooster die aangepast is ten gevolge van hitte. NB: Het minimum aantal lesuren per schooljaar moet in ieder geval gehaald worden.

     

  8. Wat is het Nationale Hitteplan?

    Het Nationale Hitteplan geeft een overzicht van de verantwoordelijkheden en maatregelen die gelden in de zorg rondom een periode van aanhoudende hitte. In het Nationale Hitteplan wordt aangegeven wie verantwoordelijk is voor het attenderen en waarschuwen voor perioden van aanhoudende hitte. Het plan geeft ook aan wat de werkwijze is voor het doorgeven van waarschuwingsberichten aan verschillende betrokkenen. Zorgverleners zullen zich moeten voorbereiden op perioden van aanhoudende hitte en tijdens deze hitteperioden maatregelen treffen. Als de kans op een aanhoudende periode van warm weer, i.e. vier opeenvolgende dagen met een temperatuur boven de 27 oC groter is dan 90 % in een gebied in Nederland, dan spreekt men van een actief Nationaal Hitteplan.

     

  9. Laat meer zien van: Hitte