Middelengebruik Roken en vapen

Roken en vapen

Zeeuwse jongeren roken vaker dan Nederlandse leeftijdsgenoten

Van dit rapport bestaat ook een oudere versie.

Roken is de grootst vermijdbare risicofactor voor de meest voorkomende doodsoorzaken. Toch beginnen jaarlijks 37.000 kinderen (jonger dan 18 jaar) in Nederland met dagelijks roken [1]. Hoe jonger iemand begint met roken, des te groter de kans op verslaving. Ook voor jonge mensen is stoppen met roken moeilijk. Niet-beginnen met roken is de beste preventie.

Van de jongeren in Zeeland heeft 14% ooit een hele sigaret gerookt (zie figuur 1). Dit percentage ligt hoger dan gemiddeld in Nederland (9%). Dit verschil zie je ook als het om recent roken gaat. Van de Zeeuwse jongeren rookt 7% wekelijks en 4% dagelijks. In Nederland zijn deze percentages respectievelijk 4% en 3%. In vergelijking met 2019 zien we geen verschillen in rookgedrag.  

Leerlingen van het vmbo basis-/kaderberoepsgericht (bk) hebben de meeste ervaring met het roken van een sigaret (zie figuur 2). Zo heeft 23% ooit een hele sigaret gerookt. Bij de andere onderwijsniveaus ligt dit percentage lager: 18% op het vmbo gemengd/theoretisch (gt), 9% op de HAVO en 5% op het vwo. Ook roken vmbo-bk (8%) en vmbo-gt leerlingen (4%) vaker dagelijks dan havo (2%) en vwo-leerlingen (1%). 

Hoe ouder de jongeren zijn, hoe meer ervaring ze hebben met roken (zie figuur 3). Van de Zeeuwse vierdeklassers heeft 20% ooit een hele sigaret gerookt, maar ook bij de tweedeklassers zien we dat 7% aangeeft dit ooit te hebben gedaan. Dagelijks roken onder de tweedeklassers ligt een stuk lager, 2% geeft aan dit dagelijks te doen. Bij de vierdeklassers ligt dit op 6%. 

Geraadpleegde bronnen, kijk voor meer informatie naar:  

  • [1] Nationaal Expertisecentrum Tabaksontmoediging. Kinderen en roken – een aantal feiten op een rij. Utrecht: Trimbos-instituut. 2017.