De meeste verspreiding vindt plaats onder volwassenen en van volwassen familieleden naar kinderen. Verspreiding van virus onder kinderen of van kinderen naar volwassenen komt minder vaak voor. Omdat het virus nog nieuw is, doen we veel onderzoek om meer over het virus te weten te komen. Dit onderzoek gaat onder andere over de rol van kinderen in de verspreiding van het virus. Lees meer over wat het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu  doet, hoe we tot deze conclusies komen en wat dit concreet betekent.

 

Wat doet het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ?

Nadat de eerste landelijke maatregelen zijn ingesteld, ontstond er een maatschappelijke discussie over het wel of niet sluiten van scholen. Hoewel de rol van kinderen bij de verspreiding van COVID-19 toen al beperkt leek, waren er veel onzekerheden. Het RIVM doet verschillende onderzoeken naar de rol van kinderen bij de verspreiding. Het RIVM:

  • bestudeert in detail de meldingen die de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst ’en in Nederland heeft gedaan van COVID-19 patiënten.
  • onderzoekt samen met Nivel Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg -peilstations de registraties van huisartsen over patiënten met griepachtige klachten die getest worden op COVID-19.
  • doet onderzoek onder Nederlandse COVID-19 patiënten en hun gezinscontacten. Hoewel dit onderzoek, net als de andere onderzoeken, nog loopt, zijn er wel voorlopige resultaten.
  • nam bij meer dan 2000 mensen bloed af om dit te testen op antistoffen tegen COVID-19, dit is de eerste fase van de zogenoemde PIENTER Corona studie.
  • heeft relevante literatuur over kinderen en COVID-19 bekeken. Het gaat hier om onderzoeken die in andere landen zijn uitgevoerd.

Kinderen hebben kleine rol bij verspreiding

RIVM-onderzoek naar de meldingen toont aan dat de verspreiding van COVID-19 vooral plaatsvindt tussen personen van ongeveer dezelfde leeftijd. Dit is op basis van gegevens van patiënten met klachten. Het gaat vooral om mensen tussen 40 en 80 jaar. Het komt minder vaak voor dat volwassenen kinderen besmetten. Als dat gebeurt, blijkt dat vooral in de thuissituatie te zijn. Patiënten onder de 20 jaar spelen een veel kleinere rol in de verspreiding dan volwassenen en ouderen.

Lees verder op de website van het RIVM.