Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

  1. Beklaagde(n): de medewerker (van GGD Zeeland) dan wel het bestuursorgaan op wiens gedraging, nalaten of besluit de klacht betrekking heeft;
  2. Klant: natuurlijk persoon die o.a. zorg of diensten vraagt aan de GGD Zeeland of aan wie de GGD Zeeland zorg of diensten verleent of heeft verleend;
  3. Dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van GGD Zeeland;
  4. Directeur: de directeur publieke gezondheid van GGD Zeeland;
  5. Geschillencommissie: de geschillencommissie PG, zijnde een door de minister erkende geschillencommissie;
  6. Klacht: schriftelijk of per mail ingediende uiting van ontevredenheid over een handeling of gedraging van een medewerker, of het nalaten daarvan of over een besluit (binnen een casus) van de GGD Zeeland dat gevolgen heeft voor een klant;
  7. Klachtencommissie: de door de GGD Zeeland ingestelde onafhankelijke commissie voor de behandeling van klachten (als bedoeld in 4.2.7. Wmo 2015.);
  8. Secretariaat: het secretariaat van de onafhankelijke klachtencommissie;
  9. Klachtenfunctionaris: de medewerker die namens de organisatie klachten opvangt en de klager ondersteunt;
  10. Klager: klant die een klacht indient, zijn gemachtigde of de nabestaande van de overleden klant;
  11. Medewerker: een persoon die bij of voor de GGD Zeeland werkt;
  12. Ombudsman: de Nationale Ombudsman volgens de Wet Nationale ombudsman;
  13. Organisatie: de GGD Zeeland;
  14. Gemachtigde: de door klager of beklaagde aangewezen persoon, zoals een advocaat, een vertrouwenspersoon of een familielid, die klager in de klachtprocedure vertegenwoordigt;
  15. Vertrouwenspersoon: degene die ten behoeve van klager deze bij de klachtbehandeling ondersteunt en bij de hoorzitting aanwezig is.
  16. Zorgaanbieder: de GGD Zeeland;
  17. Zorg: handelingen als bedoeld volgens de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
  18. Reactie op het oordeel: de reactie van de directeur op het oordeel van de klachtencommissie over een klacht;
  19. Wettelijke grondslag: de klachtenregeling heeft betrekking op de behandeling van klachten in overeenstemming met hoofdstuk 4 van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 en Artikel 9.1 e.v. Awb.

    Hoofdstuk 2 Interne klachtbehandeling

    Artikel 2 Informele klachtbehandeling

    1. Uitgangspunt is om in een intern klachtgesprek met klager en medewerker te proberen de onvrede op te lossen.
    2. De leidinggevende van de medewerker over wie onvrede wordt geuit/een klacht wordt ingediend, is verantwoordelijk voor de interne klachtafhandeling, tenzij de klacht de leidinggevende zelf betreft. In dat geval behandelt diens leidinggevende de klacht.
    3. De klager richt zich met zijn klacht/onvrede (bij voorkeur) schriftelijk tot de uitvoerend medewerker en/of diens leidinggevende.
    4. De klager ontvangt binnen één week na ontvangst van de klacht een bericht vanuit de organisatie, waarin wordt aangegeven op welke wijze en binnen welke termijn de klacht/onvrede wordt behandeld.
    5. Uitgangspunt is dat in een persoonlijk klachtgesprek of bemiddelingsgesprek met klager, de uitvoerend medewerker en/of de leidinggevende proberen de onvrede op te lossen. Richtlijn is dat dit gesprek binnen een termijn van zes weken plaatsvindt. Afhankelijk van de aard van de klacht kan de klacht, in overleg met klager en de leidinggevende, ook telefonisch, digitaal of schriftelijk worden behandeld.
    6. Klager kan zich, indien gewenst, laten ondersteunen door een vertrouwenspersoon. Klager dient zijn wens om zich te laten bijstaan vooraf kenbaar te maken.
    7. Indien blijkt dat het gesprek niet op respectvolle wijze kan worden gevoerd, kan GGD Zeeland het gesprek beëindigen en besluiten om de informele klachtbehandeling in schriftelijke vorm te vervolgen.
    8. GGD Zeeland stuurt klager binnen 14 dagen na het gesprek een verslag van het gesprek, waarin de resultaten van het klachtgesprek en eventuele afspraken en evaluatiemomenten zijn opgenomen.
    9. De stap tot interne behandeling is voor klager niet verplicht. In alle gevallen kan klager besluiten zich rechtstreeks tot de externe klachtencommissie te wenden voor de behandeling van zijn klacht. Wel verdient deze stap vaak de voorkeur, omdat een gesprek sneller leidt tot herstel van vertrouwen en duidelijkheid.

    Hoofdstuk 3 Klachtbehandeling via de klachtencommissie

    Artikel 3 Waarom kan worden geklaagd

    1. Een klacht is het uiten van onvrede over een gedraging of handelswijze van een persoon die werkt of heeft gewerkt voor of onder verantwoordelijkheid van GGD Zeeland.
    2. Een klacht is het uiten van onvrede over een gedraging of handelswijze van een persoon die werkt of heeft gewerkt voor of onder verantwoordelijkheid van GGD Zeeland.
    3. Er kan worden geklaagd over een ‘gedraging’. Daaronder valt het handelen van een persoon, maar ook het nalaten om iets te doen. Het nemen van een besluit door GGD Zeeland valt ook onder ‘gedraging’. Het moet dan wel gaan om een besluit in het kader van een casus dat gevolgen heeft voor klager.
    4. Een klacht dient schriftelijk (of per e-mail) worden ingediend bij de directeur of rechtstreeks bij de klachtencommissie.
    5. Een schriftelijke klacht bevat ten minste de naam en het adres van klager, de dagtekening en een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht is gericht, het besluit waartegen de klacht gericht is of het nalaten van een handeling. Verder bevat deze zo mogelijk de datum, tijd en plaats van de gedraging(en), het besluit, het nalaten, de omstandigheden, de namen van de betrokkenen en
      eventuele getuigen.
    6. De klager wordt in de gelegenheid gesteld om zijn klacht aan te vullen indien deze niet of in niet voldoende mate voldoet aan:
      A Het bepaalde in deze regeling voor de indiening van de klacht;
      B Het bepaalde in de Awb.
    7. Indien de klager niet aan het verzoek om aanvulling voldoet, kan dit aanleiding zijn de klacht niet in behandeling te nemen, dit met inachtneming van advisering en ondersteuning van de klant bij het indienen en formuleren van de klacht door de klachtenfunctionaris of de klachtencommissie.
    8. Besluiten waartegen beroep bij de rechter kan worden ingesteld of besluiten die de GGD Zeeland als bestuursorgaan neemt, zijn uitgezonderd.
    9. De klachtencommissie is niet bevoegd te oordelen over klachten betreffende het beleid van de GGD Zeeland.

    Artikel 4 Wie kan een klacht indienen

    1. Een klacht kan worden ingediend:
      A Door of namens de persoon op wie de gedraging betrekking had;
      B Door een nabestaande, indien de onder a bedoelde persoon is overleden.
    2. De klager en beklaagde kunnen zich bij de behandeling laten bijstaan door een door henzelf te kiezen gemachtigde of vertrouwenspersoon. Indien de gemachtigde geen advocaat of medewerker van Stichting Jeugdstem is, dient een schriftelijke, door de klager ondertekende, machtiging te worden overlegd. Als een gemachtigde of vertrouwenspersoon bij de hoorzitting aanwezig zal zijn, moet dit uiterlijk een week voor de zitting aan de klachtencommissie worden gemeld. (In het vervolg wordt daar, waar ‘de klager’ wordt vermeld, daaronder tevens diens gemachtigde begrepen.)
    3. Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen.
    4. Klachten van medewerkers van GGD Zeeland over hun werkgever of over andere medewerkers van GGD Zeeland, vallen niet onder deze klachtenregeling.
    5. Een klacht van een professional over medewerkers van GGD Zeeland valt niet onder deze regeling. Indien de professional een klacht heeft vanuit diens directe betrokkenheid bij (het gezinssysteem van) klager en de klacht rechtstreeks te maken heeft met een gedraging van een medewerker van GGD Zeeland, dan kan de directeur van GGD Zeeland de klachtencommissie verzoeken de klacht volgens de klachtenregeling af te handelen.

    Artikel 5 Vereisten aan een klacht

    1. De schriftelijk ingediende klacht dient te zijn geschreven in de Nederlandse taal.
    2. De klacht wordt geacht te zijn ingediend op de dag dat deze door het secretariaat van de klachtencommissie is ontvangen.
    3. De klager heeft altijd het recht om een ingediende klacht in te trekken. Een klacht is pas ingetrokken wanneer dit via e-mail of per brief is bevestigd aan het secretariaat.

    Artikel 6 Termijn waarbinnen een klacht ingediend kan worden

    1. Een klacht dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een jaar nadat de beklaagde gedraging heeft plaatsgevonden of de klager hiervan kennis heeft genomen, te worden ingediend.
    2. Een na afloop van deze termijn ingediende klacht is niettemin ontvankelijk, indien blijkt dat de klacht is ingediend zo spoedig mogelijk als redelijkerwijs van de klager kon worden verwacht.

    Artikel 7 Bemiddeling

    1. De leidinggevende van de beklaagde benadert de klager binnen vijf werkdagen na ontvangst van de klacht om deze uit te nodigen voor een gesprek met de persoon tegen wie de klacht is gericht, teneinde de klacht via bemiddeling tot een oplossing te brengen.
    2. Na afronding van de bemiddeling stuurt de leidinggevende de klager een bericht waarin het resultaat van de bemiddeling wordt bevestigd.
    3. Indien de klager dit wenst, geleidt de leidinggevende de klacht ter behandeling door naar de klachtencommissie.
    4. In geval de klacht rechtstreeks bij de klachtencommissie wordt ingediend zal door de klachtencommissie bij klager worden nagegaan of deze nog open staat voor een bemiddelingsgesprek, tenzij klager dit al duidelijk in de klachtbrief heeft aangegeven.

    Artikel 8 De klachtenfunctionaris

    1. De klachtenfunctionaris heeft tenminste de volgende taken:
      A hij informeert klanten, medewerkers en anderen over de klachtenregeling;
      B hij adviseert de klant die een klacht wil indienen en helpt hem bij het formuleren daarvan;
      C hij wijst klager op de mogelijkheid van ondersteuning door Stichting Jeugdstem.
    2. De diensten van de klachtenfunctionaris zijn gratis voor de klager;

            Hoofdstuk 4 Behandeling door de klachtencommissie

            Artikel 9 Ontvankelijkheid klacht

            1. De voorzitter van de klachtencommissie beoordeelt de ontvankelijkheid van de klacht. Indien de klacht ontvankelijk is, wordt deze zo spoedig mogelijk toegezonden aan de beklaagde en diens leidinggevende.
            2. De voorzitter van de klachtencommissie verklaart klager/de klacht niet ontvankelijk als:
              A Niet is voldaan aan de in de artikelen 3, 5 en 6 van deze regeling gestelde vereisten waaraan een klacht moet voldoen;
              B De klacht is ingediend door iemand die daartoe niet bevoegd is volgens artikel 4 van deze regeling;
              C Eenzelfde klacht van of namens klager bij de commissie in behandeling is of is geweest in het afgelopen jaar en zich geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan.
              D De klacht betrekking heeft op een gedraging waarover een rechterlijke instantie zich een oordeel dient te vormen (commissie niet bevoegd) of reeds gevormd heeft.
            3. Indien de voorzitter van de klachtencommissie een klacht niet-ontvankelijk verklaart, deelt hij dit schriftelijk of per e-mail en gemotiveerd mee aan de klager.
            4. De klager kan binnen twee weken na dagtekening van het besluit van de voorzitter, zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel, schriftelijk of per e-mail bezwaar maken tegen dat besluit.
            5. Een bezwaar zoals bedoeld in het vierde lid van dit artikel wordt beoordeeld door de voorzitter van de klachtencommissie samen met twee door hem aan te wijzen leden van de klachtencommissie. Hun beslissing over het bezwaar delen zij binnen twee weken schriftelijk of per e-mail en gemotiveerd aan klager mede.
            6. De klachtencommissie kan op grond van de klachtbrief en eventuele andere door de klager verstrekte gegevens beslissen dat de klachtencommissie onbevoegd is op grond van artikel 3, of dat de klacht kennelijk ongegrond is.
            7. De klacht wordt niet in behandeling genomen indien:
              A De klacht door de voorzitter van de klachtencommissie niet-ontvankelijk is verklaard;
              B De klachtencommissie zich onbevoegd heeft verklaard;
              C De klachtencommissie de klacht kennelijk ongegrond heeft verklaard.
            8. De klachtencommissie deelt een besluit zoals in lid 7 schriftelijk mee aan de klager en beklaagde. Daarbij geeft de commissie de redenen aan waarom zij tot deze beslissing is gekomen.
            9. Bij twijfel over de ontvankelijkheid van de klager zal de klachtencommissie beslissen in het voordeel van de klager.

            Artikel 10 Schriftelijke toelichting en documenten

            1. Als de klachtencommissie de klacht ontvankelijk acht, verzoekt het secretariaat de beklaagde om schriftelijk binnen twee weken een nadere toelichting te geven, indien daarin nog niet is voorzien. Deze toelichting omvat de gedraging waarover is geklaagd en de actuele stand van zaken alsmede toezending van relevante stukken die betrekking hebben op de zaak. Hierbij wordt het gespreksverslag tussen klager en de leidinggevende toegevoegd. Een kopie van de reactie van de beklaagde wordt door het secretariaat uiterlijk een week voor de hoorzitting gezonden aan klager.
            2. Alle schriftelijke stukken die tijdens de procedure door partijen zijn ingebracht, worden door de klachtencommissie betrokken bij het vormen van haar oordeel over de klacht.
            3. De klachtencommissie kan klager en beklaagde verzoeken om nadere schriftelijke informatie. Dit kan alleen voor zover die informatie van belang kan zijn voor het vormen van een oordeel over de klacht en gedeeld mag worden op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
            4. Bij het verstrekken van informatie worden door de klachtencommissie de bepalingen uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), de Jeugdwet en de Wmo 2015 nageleefd.
            5. Voor de leden van de klachtencommissie geldt geheimhouding aangaande alle informatie waarvan zij in het kader van de klachtbehandeling kennisnemen.

            Artikel 11 Hoorzitting

            1. Om tot een oordeel te komen over de gegrondheid van de klacht, worden zowel de klager als de beklaagde in de gelegenheid gesteld door de klachtencommissie te worden gehoord op een hoorzitting. Hierbij geldt het beginsel van hoor en wederhoor.
            2. Partijen ontvangen schriftelijk een uitnodiging voor de hoorzitting van de klachtencommissie.
            3. De klachtencommissie komt niet tot een oordeel voordat partijen in de gelegenheid zijn gesteld te worden gehoord dan wel om schriftelijk een toelichting te geven. Indien partijen geen gebruik willen maken van de mogelijkheid om gehoord te worden, dient dit gemotiveerd te worden aangegeven.
            4. Uitgangspunt is dat de beklaagde vergezeld verschijnt. Dat kan zijn door een collega, de leidinggevende van de beklaagde of een gedragswetenschapper.
            5. Partijen worden in elkaars aanwezigheid gehoord, tenzij een van de partijen daartegen vooraf schriftelijk en gemotiveerd bezwaar indient bij de commissie. Als de commissie dit bezwaar gegrond acht, kan zij besluiten partijen afzonderlijk te horen. In dat geval wordt van beide hoorzittingen een kort schriftelijk verslag opgesteld.
            6. De behandeling van klachten door de klachtencommissie vindt niet in het openbaar plaats.
            7. De klachtencommissie kan nadere regels stellen omtrent (de wijze van) het horen van partijen.
            8. Het is partijen toegestaan om tijdens de hoorzitting audio-opnamen te maken, onder voorwaarde dat deze uitsluitend voor eigen gebruik zijn en niet worden gedeeld op social media of anderszins openbaar worden gemaakt. Indien een opname wordt gemaakt worden tijdens de hoorzitting betrokkenen aangeduid met hun functie en niet met hun persoonlijke gegevens.
            9. Voor het maken van video-opnamen tijdens de hoorzitting wordt geen toestemming verleend. Dit ter bescherming van de privacy van alle betrokkenen en om de vertrouwelijkheid van de procedure te waarborgen.

            Artikel 12 Wraking en verschoning

            1. Zowel de klager als de beklaagde kan bezwaar maken tegen deelname van een lid van de klachtencommissie aan de behandeling van de klacht (wraking) op grond van feiten of omstandigheden, die volgens klager of beklaagde het onafhankelijk oordelen door een commissielid kunnen bemoeilijken.
            2. Dit bezwaar wordt schriftelijk en gemotiveerd ingediend. De overige leden van de behandelende commissie beoordelen of het bezwaar terecht is. Bij staking van stemmen wordt het bezwaar gehonoreerd. Als het bezwaar tegen twee of alle leden van de behandelende commissie is gericht, verzoekt de voorzitter van de klachtencommissie de directeur het bezwaar te beoordelen. De beoordeling wordt zo snel mogelijk meegedeeld aan partijen en wordt per mail of brief bevestigd.
            3. Een lid van de klachtencommissie kan zich onttrekken aan de behandeling van een klacht (verschoning). Dit kan wanneer er feiten of omstandigheden zijn, die het voor dat lid kunnen bemoeilijken onafhankelijk over de klacht te oordelen.
              Een lid is verplicht zich te onttrekken aan de behandeling als de beide overige leden van de commissie, die aan de behandeling van de klacht zullen deelnemen, van oordeel zijn dat die feiten of omstandigheden zich voordoen.
            4. In geval van wraking of verschoning wordt het betrokken commissielid vervangen door een ander lid. Als het bezwaar wordt verworpen, wordt de klacht-behandeling in dezelfde commissiesamenstelling voortgezet.
            5. In het geval van wraking of verschoning van meerdere commissieleden, waardoor de commissie niet langer voltallig bijeen kan komen, dan wordt een nieuwe commissie samengesteld.

            Artikel 13 Minderjarige klager

            1. Als een klacht is ingediend door een minderjarige klager, kan de klachtencommissie de wijze van behandeling van de klacht aanpassen aan de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van de minderjarige. De klachtencommissie mag daarbij op onderdelen afwijken van de klachtenregeling, mits de belangen van klager en beklaagde daardoor niet worden geschaad.

            Hoofdstuk 5 De uitspraak van de klachtencommissie

            Artikel 14 Termijn uitspraak klachtencommissie

            1. De klachtencommissie stelt klager en GGD Zeeland binnen zes weken na de hoorzitting schriftelijk en met redenen omkleed in kennis van haar oordeel over de gegrondheid van de klacht.
            2. De klachtencommissie kan van deze termijn afwijken. De klachtencommissie deelt dit schriftelijk en met een opgaaf van de reden mee aan klager en GGD Zeeland. Daarbij wordt een nieuwe termijn vermeld waarbinnen de klachtencommissie haar oordeel zal geven.

            Artikel 15 Uitspraak van de klachtencommissie

            1. De klachtencommissie kan een ontvankelijke klacht geheel of gedeeltelijk gegrond of ongegrond verklaren. Ook kan de klachtencommissie zich onthouden van het geven van een oordeel over de gegrondheid van een klacht. De klachtencommissie motiveert haar oordeel.
            2. Naast het oordeel omtrent de klacht kan de klachtencommissie algemene aanbevelingen doen aan GGD Zeeland.
            3. De uitspraak wordt toegezonden aan de klager, de beklaagde en de leidinggevende. Daarnaast wordt deze toegestuurd aan de directeur.

            Artikel 16 Ernstig structureel falen van GGD Zeeland

            1. Als een klacht zich richt op een ernstige situatie met een structureel karakter, stelt de voorzitter van de klachtencommissie de directeur van de zorgen in kennis.
            2. Als het de klachtencommissie blijkt dat de directeur naar aanleiding van de in kennisstelling geen maatregelen heeft genomen, wendt de voorzitter van de klachtencommissie zich tot het dagelijks bestuur.

            Hoofdstuk 6 Reactie van GGD Zeeland

            Artikel 17 Reactie op de uitspraak

            1. Door of namens de directeur wordt aan de klager een schriftelijke reactie gezonden op het oordeel van de klachtencommissie.
              In die reactie wordt meegedeeld:
              – of GGD Zeeland het oordeel van de commissie met betrekking tot de gegrondheid van de klacht deelt;
              – in hoeverre GGD Zeeland het eens is met de eventueel gedane aanbevelingen van de commissie;
              – of er naar aanleiding van het oordeel en de aanbevelingen van de commissie maatregelen worden genomen, en zo ja, welke dat zijn.
            2. Een kopie van de reactie wordt gezonden aan de beklaagde en aan de klachtencommissie.
            3. Als een klacht betrekking heeft op een gedraging van de directeur van GGD Zeeland worden de in deze regeling aan de directeur toegekende bevoegdheden uitgeoefend door de voorzitter van het dagelijks bestuur.

            Artikel 18 Termijn voor de reactie

            1. De reactie van de directeur op de uitspraak van de klachtencommissie wordt gegeven binnen vier weken na ontvangst van de uitspraak
            2. De termijn kan worden verlengd met ten hoogste vier weken. De reden voor de verlenging wordt schriftelijk meegedeeld aan de klager. Daarbij wordt ook aangegeven binnen welke termijn de reactie wel wordt gegeven. Een kopie van de mededeling wordt gezonden aan de klachtencommissie, aan de beklaagde en aan de leidinggevende.

            Artikel 19 Geen beroep tegen uitspraak

            1. Tegen de uitspraak van de klachtencommissie is geen hoger beroep mogelijk bij een rechterlijke instantie.
            2. Klager kan wel de Nationale Ombudsman verzoeken een onderzoek in te stellen naar het handelen van GGD Zeeland. Of een onderzoek mogelijk is, wordt bepaald door de nationale Ombudsman.

                Hoofdstuk 7 Bepalingen over de klachtencommissie

                Artikel 20 Klachtencommissie met onafhankelijke leden

                1. De directeur stelt een klachtencommissie in die uit tenminste drie leden bestaat en die tot taak heeft de bij de klachtencommissie ingediende klachten tegen GGD Zeeland conform deze regeling te behandelen.
                2. De leden van de klachtencommissie zijn onafhankelijk in die zin dat zij niet voor of bij GGD Zeeland werkzaam zijn, dan wel tot kortgeleden voor of bij GGD Zeeland werkzaam zijn geweest. Leden mogen ook niet verbonden zijn aan een instelling die zich in het bijzonder inzet voor de behartiging van belangen van klanten dan wel professionals van GGD Zeeland.
                3. De leden van de klachtencommissie beschikken over de vereiste kwalificaties en deskundigheid, waarmee een evenwichtige en zorgvuldige beslissing op een klacht gewaarborgd is, zulks mede ter beoordeling van de directeur.
                4. De directeur ziet erop toe dat de klachtencommissie haar werkzaamheden verricht volgens deze regeling en andere toepasselijke wettelijke bepalingen.
                5. De directeur stelt de klachtencommissie de faciliteiten ter beschikking die de klachtencommissie voor haar werkzaamheden redelijkerwijs nodig heeft.
                6. De klachtencommissie heeft tot taak klachten te onderzoeken en daarover advies uit te brengen aan de directeur in de vorm van een gegrond of ongegrondverklaring.
                7. De klachtencommissie adviseert niet over aansprakelijkheid en de toekenning van
                8. De leden van de klachtencommissie en het secretariaat hebben een plicht tot geheimhouding en ondertekenen bij hun aanstelling een geheimhoudingsverklaring.
                9. De leden van de klachtencommissie ontvangen voor de afhandeling van klachten een onkostenvergoeding, alsmede een reiskostenvergoeding. De vergoedingen worden uitbetaald via het secretariaat van de klachtencommissie.

                Artikel 21 Samenstelling, benoeming, ontslag en werkwijze klachtencommissie

                1. Het aantal leden van de klachtencommissie is zodanig dat continuïteit in de behandeling van klachten gewaarborgd is en dat steeds op redelijke termijn drie leden voor een te behandelen klacht beschikbaar zijn.
                2. De leden van de klachtencommissie kunnen op ieder moment het lidmaatschap van de commissie neerleggen. Zij blijven indien mogelijk hun functie vervullen totdat in hun opvolging is voorzien.
                3. De directeur kan om gewichtige redenen het lidmaatschap van een benoemd lid van de klachtencommissie beëindigen.
                4. De klachtencommissie is bevoegd haar werkzaamheden nader te regelen in een door haar op te stellen huishoudelijk reglement. Besluiten tot vaststelling en wijziging van dit reglement treden niet in werking dan nadat de directeur daaraan zijn goedkeuring heeft gegeven. De directeur onthoudt zijn goedkeuring aan besluiten die strijdig zijn met de wetgeving, met deze regeling of enig andere regeling die de organisatie in stand houdt.
                5. De klachtencommissie wordt bijgestaan door een ambtelijk secretaris, die wordt aangesteld door de directeur. De ambtelijk secretaris verricht zijn werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van de klachtencommissie.
                6. Een klacht wordt behandeld door een per klacht samen te stellen zittingscommissie. Deze bestaat uit drie leden van de klachtencommissie, in de onderlinge rolverdeling van voorzitter van de zittingscommissie, secretaris en lid.
                7. Als het voor de beoordeling van de klacht nodig is, hetgeen doorgaans het geval is, om kennis te nemen van informatie uit het dossier van de klant, dan verzoekt de klachtencommissie om toestemming van de klager bij de ontvangstbevestiging.
                8. Ten behoeve van de behandeling van de klacht kan de klachtencommissie informatie inwinnen, stukken raadplegen en personen raadplegen, een en ander met inachtneming van wettelijke en andere binnen de organisatie geldende regels betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de bij de klacht betrokken personen.
                9. Medewerkers van de organisatie zijn gehouden hun medewerking te verlenen aan de werkzaamheden van de klachtencommissie voor zover dit redelijkerwijs van hen gevraagd kan worden.
                10. De klachtencommissie kan zich, na voorafgaande toestemming van de directeur, laten adviseren door externe deskundigen. De kosten daarvan komen voor rekening van de organisatie.
                11. GGD Zeeland heeft ten behoeve van de klachtenbehandeling een overeenkomst gesloten met een externe organisatie, waarvan de naam en de contactgegevens op de website van GGD Zeeland wordt vermeld.

                Hoofdstuk 8 Overige bepalingen

                Artikel 22 Geschillencommissie

                Indien klager niet tevreden is met de afdoening van zijn klacht door de directeur en zijn klacht valt onder de werking van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, kan hij zich ter zake tot de geschillencommissie PG wenden. Een geschil moet binnen een jaar na dagtekening van het oordeel van de directeur worden ingediend bij de geschillencommissie PG.

                Artikel 23 Archivering en bewaartermijn klachtendossier

                De GGD Zeeland bewaart alle bescheiden met betrekking tot een klacht in een apart dossier. Het dossier wordt maximaal twee jaar bewaard. De directeur is bevoegd de bewaartermijn van een dossier te verlengen.

                Artikel 24 Jaarverslag

                De gedane bevindingen van de klachtencommissie worden jaarlijks geanonimiseerd in het algemene jaarverslag van de GGD Zeeland gerapporteerd. Het aantal en de aard van de door de klachtencommissie behandelde klachten en de strekking van haar adviezen worden beschreven.

                Artikel 25 Kosten

                1. Voor de behandeling van klachten worden geen kosten in rekening gebracht aan de klager of de aangeklaagde medewerker.
                2. De kosten voor het inroepen van een gemachtigde, een getuige of een deskundige door klager als mede de overige kosten die door klager worden gemaakt, zijn voor rekening van klager.
                3. De kosten voor het inroepen van een getuige of een deskundige door de klachtencommissie, waaronder ook het inschakelen van een tolk als dit voor een goede klachtbehandeling is vereist, alsmede de overige kosten die door de klachtencommissie worden gemaakt zijn voor rekening van de organisatie.

                Artikel 26 Openbaarmaking klachtenregeling

                De directeur brengt deze regeling onder de aandacht van klanten door hun desgevraagd een exemplaar van de regeling te verstrekken en door de regeling op de website te plaatsen.

                Artikel 27 Evaluatie

                De directeur evalueert deze klachtenregeling binnen twee jaar na inwerkingtreding en vervolgens zo vaak als gewenst.

                Artikel 28 Onvoorziene omstandigheden

                In situaties waarin deze regeling niet voorziet, beslist de voorzitter van de klachtencommissie voor zover het de werkwijze van de klachtencommissie betreft. In overige onvoorziene omstandigheden beslist de directeur.

                Artikel 29 Vaststellen en wijziging regeling

                1. Deze regeling wordt vastgesteld en kan worden gewijzigd door het dagelijks bestuur.
                2. Voorgenomen besluiten tot vaststelling of wijziging van deze regeling legt de directeur ter instemming voor aan de ondernemingsraad, de cliëntenraad en aan de onafhankelijke klachtencommissie.

                Artikel 30 Inwerkingtreding en citeertitel

                1. Deze regeling kan worden aangehaald als: Klachtenregeling GGD Zeeland.
                2. Deze regeling treedt in werking na vaststelling door het dagelijks bestuur.