Menu

Nieuwsbrief Mens en dier

April 2014

Tularemie na contact met een dode haas

Vorige maand is Francisella tularensis aangetoond bij een inwoner van Tholen. Begin januari 2014 had deze inwoner een haas cadeau gekregen, die diezelfde dag gevangen was door een hazenwindhond in natuurgebied Rammegors in Tholen. Een week later voelt de man zich grieperig en krijgt hij last van nachtzweten en subfebriele temperatuur. Twee weken daarna volgt een pijnlijke zwelling in de oksel. Er wordt een punctie uitgevoerd, maar na vier dagen is nog geen groei opgetreden in de kweek. Met moleculaire technieken is toen de diagnose tularemie vastgesteld. Dit is later bevestigd door het RIVM als subspecies holarctica. De man wordt behandeld met Ciprofloxacine en voelt zich na een paar dagen weer beter. De haas- die nog in de vriezer lag- is voor verder onderzoek opgestuurd naar het Centraal Veterinair Instituut. Bij de haas is een infectie met Francisella tularensis bevestigd.

 

Zeldzaam

In Nederland is autochtone tularemie uiterst zeldzaam. Het laatst beschreven cluster deed zich voor in 1953 in een gezin van 8 personen waarvan 7 de ziekte opliepen na het eten van een onvoldoende verhitte haas. Vervolgens werden in Nederland decennia lang geen besmettingen gemeld. De meldingsplicht voor tularemie is in 1999 opgeheven. Totdat in 2011 een patiënt met tularemie werd ontdekt die had gevaren in een natuurgebied in Overijssel waar hij was gestoken door insecten. Verder handelde hij in bloemen en zou hij mogelijk geïnfecteerd kunnen zijn door insecten meeliftend met geïmporteerde bloemen. In september 2013, heeft een jongeman tularemie opgelopen in een waterrijk gebied in midden- Limburg, vermoedelijk overgebracht door beten van dazen. In hetzelfde gebied werd eerder in 2013 een besmette haas gevonden. Deze maand heeft een jager en zijn zoon uit Noord- Groningen tularemie opgelopen na contact met een dode haas. Hazen vormen een reservoir voor Francisella tularensis. Op dit moment is onbekend of dit in een wijder gebied voorkomt in de Nederlandse hazenpopulatie. In meerdere gevallen is het villen van een haas als bron beschreven. Teken en insecten zoals muggen en steekvliegen (dazen) kunnen als vector dienen bij besmetting van de mens.

 

Maatregelen 

GGD Zeeland heeft naar aanleiding van de besmetting contact gezocht met de jachtvereniging in Zeeland, om te toetsen of er meer dode hazen gevonden zijn dan gewoonlijk. Dit bleek niet het geval. Verder zijn zij erop attent gemaakt dat tularemie mogelijk onder hazen of ander (knaag)dieren in Nederland circuleert. Hygiënemaatregelen ten aanzien van het hanteren van zieke en doodgevonden hazen zijn besproken.

 

Dierenartsen die in contact komen met van tularemie verdachte dieren kunnen het risico beperken door het nemen van een aantal voorzorgsmaatregelen, zoals het werken met latex/rubberen handschoenen en het dragen van een mondkapje. Tularemie is volgens de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD) meldingsplichtig voor dierenartsen en betreft dieren "niet zijnde vee" (bijvoorbeeld gezelschapsdieren of wilde dieren). Als er geen sprake is van meldingsplicht (bijvoorbeeld tularemieverdenking bij een schaap) wil de NVWA graag op de hoogte gebracht worden om een beter beeld te krijgen van de verspreiding van de ziekte.