Menu

Kinkhoestdiagnostiek

Meestal wordt PCR of serologie aangevraagd voor de diagnostiek van kinkhoest. De keuze is afhankelijk van de ziekteduur. PCR wordt gedaan op een uitstrijk van de nasopharynx. Overleg met uw laboratorium welk materiaal u hiervoor nodig hebt. 

 

Bij een ziekteduur minder dan drie weken is B. pertussis vaak nog aanwezig in de nasofarynx en heeft PCR de voorkeur. Indien de PCR negatief is wordt alsnog serologie ingezet. Als het hoesten langer dan drie weken duurt heeft serologie de voorkeur, behalve bij kinderen <1 jaar bij wie PCR zinvol is ongeacht de ziekteduur. Vaak volstaat eenpuntsserologie, behalve bij een zwakke antistofrespons en bij kinderen die korter dan 1 jaar geleden zijn gevaccineerd. Dan is een tweede serum een paar weken later nodig om een recente infectie aan te tonen.

 

Wat is belangrijk om te doen als uw patiënt kinkhoest heeft?

  • Als een kinkhoestpatiënt deel uitmaakt van een gezin met niet of onvolledig gevaccineerde kinderen < 1 jaar of met kinderen die op het punt staan geboren te worden (zwangerschapsduur > 34 weken) is chemoprofylaxe voor alle gezinsleden geïndiceerd. Profylaxe is alleen zinvol als gestart wordt binnen 3 weken nadat de kinkhoestpatiënt is gaan hoesten. Overleg eventueel met de GGD. 
  • Overweeg om bij ongevaccineerde zuigelingen in het gezin van een kinkhoestpatiënt ook vervroegd te starten met vaccinatie, vanaf de leeftijd van 4 weken. 
  • Ook bij kinderen in het gezin met een verhoogd risico op complicaties ten gevolge van hart- of longziekten kan profylaxe voor de gezinsleden overwogen worden. Overleg met de behandelend specialist. 
  • Als uw kinkhoestpatiënt werkt met kinderen met een verhoogd risico op complicaties van kinkhoest, met name zuigelingen jonger dan 1 jaar, meld dit dan bij de GGD. 
Raadpleeg de SWAB voor advies over behandeling en profylaxe van kinkhoest.