Menu

Veelgestelde vragen

    Jeugd en opvoeden

  1. Wat kan ik doen tegen hoofdluis?

    Hoofdluis verspreidt zich makkelijk, vooral onder kinderen omdat kinderen veel met elkaar spelen en vaak bij elkaar zijn. Het maakt in principe niet uit hoe schoon je kind is, elk kind kan hoofdluis krijgen. Lees verder >

  2. Mijn baby heeft harde ontlasting, wat kan ik doen?

    Vooral met flesvoeding kunnen baby's last hebben van harde keutels. Wij kunnen u een aantal tips geven. Lees verder >

  3. Mijn baby slaapt zo weinig, wat is normaal?

    De ene baby slaapt langer door dan de andere. Lees verder >

     

  4. Mijn baby heeft last van krampjes.

    Vanaf de derde week tot aan de derde of vierde maand is het heel normaal dat baby’s weleens last hebben van darmkrampjes. Lees verder >

  5. Hoeveel borst- of flesvoeding heeft mijn baby nodig?

    Lees hier meer over hoeveel borstvoeding je kind nodig heeft. Lees verder > 

    Lees hier meer over hoeveel flesvoeding je kind nodig heeft. Lees verder >

  6. Hoe kan ik borstvoeding blijven geven als ik weer ga werken?

    Als je borstvoeding wilt blijven geven wanneer je weer aan het werk gaat, kun je je melk afkolven. Lees verder >

     

  7. Wat heb ik voor de babyuitzet echt nodig?

    Als je een baby verwacht, heb je heel veel spullen nodig, van een autostoeltje tot een teddybeer in de kinderkamer. Lees verder >

  8. Hoe bereid ik mijn kind voor op de komst van een broertje of zusje?

    Als er een baby op komst is, is het verstandig om je kind bij de zwangerschap te betrekken. Lees verder >

  9. Moet ik me aanmelden voor het consultatiebureau?

    Nee, dat hoeft niet. Na de geboorte van je kind krijg je van de Jeugdgezondheidszorg vanzelf een uitnodiging voor een gehoortest. Lees verder >

  10. Wat is gezond leven tijdens de zwangerschap?

    Om gezond te zijn en te blijven, kun je letten op gezonde voeding, een goede nachtrust en voldoende beweging. Lees verder >

  11. Welke voeding kan ik het best na de geboorte aan mijn baby geven?

    De beste voeding voor je kind is borstvoeding, vanwege alle goede stoffen die erin zitten. Maar als je door omstandigheden je baby geen borstvoeding kunt of wilt geven, is flesvoeding een goed alternatief. Lees verder >

  12. Waarom is mijn peuter de laatse tijd zo lastig?

    Er zijn veel soorten lastig gedrag waar je mee te maken kunt krijgen. Sommige problemen stellen hoge eisen aan je opvoederschap. Lees verder >

  13. Wanneer wordt mijn peuter zindelijk?

    Je kind is er aan toe als het zelf controle krijgt over plassen en poepen, dus kan ophouden en zelf kan reageren op aandrang. Lees verder >

  14. Mijn peuter eet zo slecht. Wat kan ik doen?

    Als je kind slecht eet, kan dat een probleem zijn. Kinderen hebben veel goede bouwstoffen, vitamines en mineralen nodig om fit te blijven en te groeien. Lees verder >

  15. Wat doe ik als mijn peuter ’s nachts niet wil slapen?

    Duidelijkheid helpt bij het slapen en voorkomen van slaapproblemen. Vaste gewoonten spelen daarin een belangrijke rol. Lees verder >

  16. Mijn kind van twee zegt zo weinig, is dat normaal?

    Tweejarigen gebruiken tussen de 50 en 600 woorden. Vaak maken ze drie-woord-zinnen. Lees verder >

  17. Mijn kind eet zo weinig, wat moet mijn kind eten?

    Het is belangrijk om gevarieerd te eten, met af en toe iets tussendoor, maar vooral ook veel brood, groente en fruit. Voldoende drinken is ook belangrijk. Lees verder >

  18. Mijn kind is zo druk, is dat normaal?

    Het is normaal wanneer kinderen zich af en toe druk gedragen. Ze kunnen ergens enthousiast over zijn of nerveus omdat er iets spannends gaat gebeuren. Lees verder >

  19. Mijn kind heeft faalangst. Wat kan ik doen?

    Een faalangstig kind is vaak bang om dingen uit te proberen of door te zetten. Door het idee dat het toch niet zal lukken, lukt het vaak ook inderdaad niet. Lees verder >

  20. Mijn kind is te zwaar. Wat kan ik doen?

    Steeds meer kinderen zijn al op steeds jongere leeftijd te dik. Soms zijn er medische oorzaken of is er een erfelijke aanleg. Maar meestal komt het door ongezond eten en te weinig beweging! Lees verder >

  21. Mijn kind wordt gepest, wat kan ik doen?

    Als kinderen herhaaldelijk en op verschillende manieren worden gepest, kunnen ze sociale en emotionele problemen krijgen. De gevolgen van pesten zijn ernstig, en het is dan ook belangrijk om het probleem op tijd en goed aan te pakken. Lees verder >

  22. Mijn puber heeft slechte eetgewoonten en ik maak me zorgen.

    Als het hele gezin aan tafel zit, praat je met elkaar en wissel je ervaringen uit. Als ouder geef je dan ook het voorbeeld voor gezonde eetgewoonten. Lees verder >

  23. Mijn puber is zo somber, moet ik me zorgen maken?

    Wisselende stemmingen, onzekerheid, rondhangen en ontevredenheid; het hoort eigenlijk allemaal bij de (pre)puberteit. Lees verder >

  24. Hoe maak ik afspraken over gebruik van computer en mobiel?

    Jongeren in deze tijd groeien op met moderne technieken en media zoals internet, televisie en telefoon. Die media zijn een bron van ontspanning voor pubers en ze leren er veel van. Lees verder >

  25. Ik heb steeds ruzie met mijn puber over het maken van huiswerk.

    Het ene kind gaat liever naar school dan het andere. Het ene kind werkt ook harder of leert makkelijker dan het andere. Dit kan allerlei oorzaken hebben. Lees verder >

  26. Mijn puber drinkt zoveel alcohol in het weekend, wat kan ik doen?

    Als ouder heb je veel invloed op het gedrag van je kinderen. Als je duidelijke regels afspreekt over het drinken van alcohol, hebben kinderen daar meer houvast aan dan wanneer je geen of onduidelijke grenzen stelt. Lees verder >

  27. Waar kan ik informatie vinden over een specifiek kindercentrum of een peuterspeelzaal?

    De inspectierapporten van GGD Zeeland zijn openbaar. U vindt ze op de website van het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen 

    Selecteer de juiste gemeente en kies het soort kinderopvang. Klik op de instelling en u vindt het laatst gepubliceerde rapport.

  28. Zijn er medische redenen om je niet tegen HPV te laten vaccineren?

    Je kunt de vaccinatie beter uistellen als:
    - Je zwanger bent, want er zijn  onvoldoende gegevens bekend over het effect van het HPV-vaccin op de ongeboren
    vrucht.
    - Je koorts hebt (temperatuur hoger dan 38,5 graden Celsius), want dan werkt het vaccin minder goed.
    - Je jezelf te ziek voelt om naar buiten te gaan (als je ziek bent werken vaccins minder goed).
    - Je in de afgelopen 3 maanden medicijnen gebruikt hebt, die je afweer verminderen of onderdrukken
    (bijvoorbeeld een chemokuur, medicijnen tegen afstoting na een transplantatie, hoge doses corticosteroïden), want dan werkt het vaccin minder goed.
    - Je in de afgelopen 3 maanden bestraald bent, want dan werkt het vaccin minder goed.

    Neem voor de vaccinatie contact op met je huisarts, specialist of een deskundige van GGD Zeeland als:

    - Je al eerder één of meer vaccinaties tegen baarmoederhalskanker hebt ontvangen.

    - Je allergisch (overgevoelig) bent voor één van de bestanddelen van het vaccin (zie bijsluitertekst).

    - Je een ziekte hebt, waardoor je weerstand tegen infecties verminderd is.

    - Je een ziekte hebt, waardoor je bloedstolling verminderd is.

    - Je medicijnen gebruikt in verband met je bloedstolling.

  29. Welke papieren moet ik meenemen naar de priklocatie?

    DTP/BMR: oproepkaart en de inentingskaart(en). Deze laatste wordt meestal bewaard in het groene boekje van het consultatiebureau.

    HPV: oproepkaart voor vaccinatie HPV (waarop naam, adres en geboortedatum vermeld staan) en identificatiebewijs. Als je de oproepkaart vergeten bent of kwijt bent, moet je een geldig legitimatiebewijs kunnen tonen: ID-kaart of paspoort. Andere documenten (zoals brommer-/scooterrijbewijs of bibliotheekkaart) worden niet geaccepteerd!

  30. Moet ik me uitkleden als ik de prik krijg?

    Nee, dat hoeft niet. Je krijgt de prik in je bovenarm. Draag daarom loszittende kleding, zodat je je arm makkelijk uit je mouw kunt halen.

  31. Ik wil doorgeven dat ik mij niet wil laten vaccineren/al gevaccineerd ben

    Het is belangrijk om in dat geval de antwoordkaart in te vullen en op te sturen. Deze melding kan uitsluitend schriftelijk gedaan worden, rechtstreeks aan het RIVM. Alleen dat garandeert een goede registratie. De antwoordkaart zat in de envelop bij de oproep voor de vaccinatie.

  32. Waar kan ik terecht voor een HPV-vaccinatie als ik dat zelf wil?

    Meisjes en jonge vrouwen die zich willen laten vaccineren en die niet in aanmerking komen voor HPV-vaccinatie van het Rijksvaccinatieprogramma (dus buiten de doelgroep vallen), kunnen terecht op het vaccinatiespreekuur van de GGD Zeeland. Dit geldt ook voor jongens, die zich willen laten vaccineren. Voor het vaccinatiespreekuur van de GGD Zeeland kan elke werkdag tussen 8.30 en 17.00 uur een afspraak gemaakt worden via het volgende telefoonnummer (10 ct. per minuut) 0900-8222467.

  33. Wat kost HPV-vaccinatie?

    De doelgroep van de vaccinatiecampagne krijgt de inentingen gratis, omdat deze opgenomen zijn in het Rijksvaccinatieprogramma.
    Een volledige vaccinatieserie tegen HPV bestaat uit drie inentingen. De kosten bedragen ± € 140,00 per inenting. Daarnaast wordt eenmalig een bedrag van ± € 24,00 in rekening gebracht voor consult- en administratiekosten.

  34. Kan ik laten onderzoeken of ik besmet ben met het HPV-virus?

    In principe kan dat, maar in de praktijk wordt het weinig toegepast. Het gaat om duur onderzoek (PCR-testen), waarvan de uitslag niet veel zegt, omdat:

    - Het HPV-virus heel veel voorkomt (80% van de mensen die seksueel actief zijn, maken ooit een HPV-infectie door).
    - Besmetting met HPV lang niet altijd tot ziekteverschijnselen leidt.
    - Er geen behandelingsmogelijkheden zijn voor een besmetting met HPV (behalve als er ziekteverschijnselen zijn, zoals
    baarmoederhalskanker en de voorstadia daarvan of genitale wratten).

  35. Op welke leeftijd ga ik in gesprek met mijn kind over seksualiteit?

    De Jeugdverpleegkundige geeft uitleg over dit onderwerp in dit filmpje.

  36. Mijn kind drinkt energiedrankjes, is dat erg?

    De jeugdverpleegkundige geeft hierover advies in dit filmpje.

  37. Tot welke leeftijd help ik mijn kind met tandenpoetsen?

    De tandheelkundig preventief medewerker geeft daarover uitleg in dit filmpje.

  38. Laat meer zien van: Jeugd en opvoeden

    Op reis en vaccinaties

  1. Ik heb een last-minute geboekt. Heeft het nog zin om langs te komen?

    Ja. Het heeft altijd zin om langs te komen. Oók als je een last-minute geboekt hebt! Vaccinaties geven namelijk vaak al na korte tijd bescherming. En met malariatabletten bijvoorbeeld kun je vlak voor vertrek starten.

  2. Ik ga pas over een paar maanden op reis. Kan ik me nu al laten vaccineren?

    Ja. Inentingen zijn altijd lang werkzaam. Je kunt dus al in februari langskomen, als je in juli op vakantie gaat.

    Seksuele gezondheid

  1. Hoeveel dagen in de maand is een meisje ongesteld?

    Een menstruatie duurt drie tot zeven dagen, gemiddeld ongeveer vijf dagen. De duur verschilt niet alleen tussen meisjes onderling, maar ook van keer tot keer.

  2. Kan een meisje de eerste keer zwanger worden?

    Ja, dat kan! De eerste keer dat een meisje met een jongen naar bed gaat, kan ze meteen zwanger worden. Zelfs als ze nog nooit ongesteld is geweest. Gebruik dus altijd een condoom.

  3. Is er een club voor christelijke homojongeren?

    Ja, kijk op de website van het Christelijk Homo Jongeren Contact. Je kunt ook kijken op ContrariO en HomoInfo.

  4. Er komt afscheiding uit mijn penis, mijn vriendin heeft nergens last van. Heb ik een soa?

    Mogelijk gaat het om de seksueel overdraagbare aandoening (soa) die gonorroe heet. Gonorroe is een bacteriële infectie die bij de meeste jongens al binnen een paar dagen klachten geeft. Gonorroe is goed te behandelen met antibiotica. De bacterie wordt gedood en je bent dan niet langer besmet. Het is wel belangrijk dat jij en je vriendin allebei een soa-onderzoek laten doen. Je vriendin kan de infectie ook hebben, zonder dat ze klachten heeft.

  5. Wat gebeurt er tijdens het soa-onderzoek?

    Mannen moeten urine meenemen. Vrouwen kunnen bij de GGD een uitstrijkje bij zichzelf afnemen. Soms nemen we bloed af of doen we lichamelijk onderzoek. Wil je meer weten over het onderzoek? Kijk dan op de website soatest.nl.

  6. Waarom kom ik zo snel klaar?

    Vrijen, zeker de eerste keer is spannend. Veel jongens komen daardoor sneller klaar dan ze willen. Maak je geen zorgen. Als je meer ervaring krijgt en je bent meer ontspannen, dan leer je vanzelf om je orgasme uit te stellen. Schaam je je ervoor? Probeer er een beetje luchtig over te doen. Zeg bijvoorbeeld: 'nou ik vind je geloof ik wel heel opwindend'.

  7. Wat kost een soa-test?

    Voor jongeren tot 25 jaar of mensen uit een risicogroep is een soa-onderzoek bij de GGD Zeeland gratis. Kom je liever naar een avondspreekuur, dan betaal je € 15,00. Als je ouder bent dan 25 jaar en je valt niet onder een risicogroep, dan kost een test je €180,- Weten wie er tot de risicogroep behoort? In de rubriek Mijn seksuele gezondheid vind je een overzicht.

  8. Laat meer zien van: Seksuele gezondheid

    In de knel

  1. Mijn buurman gooit zijn afval in de tuin. Wij hebben nu last van de stank en vliegen. Wat kan ik doen?

    Bespreek het probleem en kijk of u het samen met de buurman kunt oplossen. Als dat niet lukt, kunt u contact opnemen met de verhuurder van de woning.

  2. Ik maak me zorgen over een man bij mij in de straat. Sinds zijn vrouw is overleden zien we hem nooit meer. Zijn huis en tuin zien er rommelig uit.

    Neem contact op met de huisarts van de persoon waar u zich zorgen om maakt en bespreek uw zorgen. Weet u niet wie de huisarts is? Bel dan het Meld en actiepunt Bemoeizorg: 0113 -249456.

  3. Ik wil iemand aanmelden voor bemoeizorg, maar ik blijf zelf liever anoniem. Kan dat?

    U kunt geen anonieme melding doen. Uw naam wordt niet bekend gemaakt bij de persoon die u aanmeldt als daar een gegronde reden voor is. Wel vragen we u na afloop om de aanmelding alsnog te bespreken met deze persoon.

  4. Ik heb ruzie met de buren, kan ik daarvoor het meldpunt bellen?

    Het MAB bemiddelt niet in burenruzies. Ga in gesprek met de buren en probeer samen tot een oplossing te komen. Als dit niet lukt, kan Buurtbemiddeling helpen. Informeer hiernaar bij uw gemeente.

  5. Laat meer zien van: In de knel

    Milieu en gezondheid

  1. Hoe kan ik schimmel bestrijden?

    Bij het bestrijden van schimmels is het aanpakken van vochtproblemen van essentieel belang. Wanneer de oorzaak van het vocht niet wordt opgelost, komen schimmels vrijwel altijd terug. U leest er meer over op de pagina Vocht en schimmel.

  2. Hoe komen schimmels in huis?

    De meeste schimmelsoorten groeien in warme, vochtige omgevingen. Bronnen van schimmels in woningen zijn bijvoorbeeld huisstof en groente-, fruit- en tuinafval. Verschillende materialen zijn extra schimmelgevoelig. Behang en ruwe materialen zoals kitranden zijn een goede voedingsbodem. Maar schimmels groeien ook op materiaal dat water kan opnemen, zoals gipsplaten en tegelvoegen.

  3. Kunnen schimmels gezondheidsklachten veroorzaken?

    Wanneer bewoners niet allergisch zijn voor schimmels,merken ze er weinig van. Bepaalde schimmelsoorten kunnen allergische reacties veroorzaken, zoals benauwdheid, piepende ademhaling, astma, verstopte neus, eczeem, jeuk, hoesten, niesbuien, huidklachten, tranende en jeukende ogen. Schimmels in huis wijzen op vochtproblemen. Dan kan ook meer huisstofmijt aanwezig zijn. Allergie hiervoor komt veel vaker voor dan allergie voor schimmels.

  4. Moet ik ook in de winter ventileren?

    Door in de winter continu te ventileren, wordt warme, vochtige binnenlucht vervangen door koude, droge buitenlucht. Zo is het mogelijk om in de winter vocht uit de woning te ventileren. Het verwarmen van droge binnenlucht kost minder energie. Zet de thermostaat nooit lager dan 15 °C. Als de temperatuur te veel daalt, slaat vocht neer op koude plekken zoals ramen en buitenmuren.

  5. Welk ventilatiesystemen heeft mijn woning?

    Veel woningen hebben tegenwoordig een ventilatiesysteem. Het is belangrijk te weten welk systeem in uw woning aanwezig is.

    • Natuurlijke ventilatie: toe- en afvoer van lucht vindt plaats zonder mechanische ventilatoren via open ramen, roosters en kieren.
    • Natuurlijke toevoer en mechanische afvoer van lucht: de lucht wordt door een ventilator afgezogen uit keuken, badkamer en toilet, frisse lucht komt binnen via open raampjes en roosters.
    • Mechanische toe- en afvoer (balansventilatie): lucht wordt aan- en afgevoerd met ventilatoren. Het ventilatiesysteem werkt alleen optimaal als u het op de juiste manier gebruikt en onderhoudt.
  6. Heeft mijn ventilatiesysteem onderhoud nodig?

    Wij adviseren om het afzuigsysteem één keer per jaar te laten onderhouden door een vakman.

    Bij mechanische ventilatie moet de unit schoonblijven. Reinig ens in de tien jaar de binnenkant van de luchttoevoerkanalen.Ventilatoren zijn na 10-15 jaar aan vervanging toe. Raadpleeg een installateur als het mechanische ventilatiesysteem veel lawaai maakt.

  7. Mijn kind moet erg hoesten, heeft het asbestvezels ingeademd?

    Inademen van asbestvezels veroorzaakt geen hoesten.

  8. Lopen kinderen meer risico dan volwassenen?

    Kinderen zijn niet gevoeliger voor asbestvezels, maar ze vormen wel een risicogroep vanwege het feit dat ze nog een lang leven voor zich hebben. Na eventuele blootstelling dragen ze de ingeademde asbestvezels langer in hun lichaam, die tientallen jaren later schadelijke gezondheidseffecten kunnen veroorzaken.

  9. Wanneer moet ik onderzocht worden?

    Met medisch onderzoek kun je niet:

    • nagaan wat de blootstelling is geweest;
    • vaststellen wat de gezondheidsschade is die je hebt opgelopen
    • voorkomen dat later gezondheidseffecten optreden

    Voor mensen die met asbest in contact zijn geweest en hierover medische vragen hebben, is een medisch onderzoek niet zinvol. De blootstelling is meestal te gering om gezondheidseffecten te verwachten. De belangrijkste maatregel is het voorkomen van verdere blootstelling. Indien wel sprake is geweest van verhoogde blootstelling, dan zijn de mogelijkheden van onderzoek zeer beperkt. Röntgenonderzoek bij blootstelling aan asbest is slechts een momentopname. De risico’s van de belastende straling van het om de paar jaar moeten maken van een serie röntgenfoto’s zijn waarschijnlijk groter dan de risico’s van de blootstelling aan asbest.

  10. Waarom wordt asbest verwijderd door mannen in witte pakken?

    Asbest wordt verwijderd door professionals in witte pakken. Zij dragen deze kleding ter bescherming. Deze beschermende kleding is voor de professionals noodzakelijk omdat zij dagelijks in contact komen met hogere hoeveelheden asbest(vezels) dan burgers. De beschermende kleding en adembescherming voorkomen langdurige, relatief hoge blootstelling. Voor u is het risico zo klein dat u geen beschermende kleding nodig heeft.

  11. Waar leeft de eikenprocessierups?

    De eikenprocessierups komt voor in heel Europa, maar nog niet in de Scandinavische landen. De eikenprocessierups voedt zich met eikenblad en heeft een lichte voorkeur voor de zomereik, maar je kunt de rups ook aantreffen op andere soorten zoals Amerikaanse eik, wintereik en Moeraseik. De rupsen lopen in de typische 'processie' langs de stam van de boom. Als er veel rupsen zijn en er gebrek aan voedsel is, lopen de rupsen naar andere (soorten) bomen. Vooral bij warme en droge voorjaarsomstandigheden gedijt de rups goed.


  12. In welke gebieden kom je de eikenprocessierups tegen?

    De rups wordt vooral gezien in zomereiken langs lanen in steden en dorpen. Maar zit ook op erfbeplantingen op campings en op landgoederen in bosrijke omgeving. In bosgebieden komt de rups minder voor. Dat kan komen omdat er in het bos meer natuurlijke vijanden leven die de populaties onderdrukken.

  13. Laat meer zien van: Milieu en gezondheid

    Infectieziekten en hygiëne

  1. Mijn kind heeft waterpokken. Mag mijn kind dan naar het kinderdagverblijf/school?

    Als iemand met waterpokken zich goed voelt dan kan die gewoon naar de crèche, het dagverblijf, de peuterspeelzaal, school of werk. Iemand is al besmettelijk voordat die ziek is en kan anderen al hebben besmet. Om verspreiding van waterpokken te voorkomen heeft het daarom ook geen zin om zelf thuis te blijven of uw kind thuis te houden wanneer iemand in uw omgeving waterpokken heeft. Informeer wel de leiding van het kindercentrum of de leerkracht.

  2. Wat doet de GGD met besmettelijke ziekten?

    Bij de GGD werkt een heel team samen om:

    • te voorkomen dat meer mensen besmet worden in de omgeving van iemand die een besmettelijke ziekte heeft
    • te zoeken naar de bron van besmetting. Hierdoor proberen we te voorkomen dat er meer mensen ziek worden
    • zicht te houden op het vóórkomen van bepaalde besmettelijke ziekten en deze proberen in te dammen;
    • personeel van instellingen zoals verpleeg- en verzorgingshuizen te ondersteunen bij een uitbraak van een besmettelijke ziekte zoals schurft of voedselinfectie

    Een goede bestrijding van infectieziekten is belangrijk voor een goede gezondheid van iedereen in Nederland. De GGD werkt hiervoor samen met vele artsen en instellingen.

  3. Wat is het verschil tussen griep en verkoudheid?

    Griep wordt veroorzaakt door een influenzavirus. Verkoudheid door andere virussen. Bij griep is het slijmvlies in de luchtwegen ontstoken, vaak ook de lagere luchtwegen. Bij verkoudheid zijn meestal alleen de bovenste luchtwegen ( slijmvlies in de neus- en keelholte en/of bijholten) ontstoken. Griep begint vaak plotselingmet koude rillingen, koorts, hoofdpijn en heftige spierpijn. De koorts kan binnen 12 uur oplopen tot 39 °C of hoger. De koorts duurt meestal 3 tot 5 dagen. Als je griep hebt heb je last van je hele lichaam. Verkoudheid begint vaakgeleidelijk met keelpijn. Bij verkoudheid krijgen volwassenen bijna nooit koorts (kinderen soms wel).
    Zowel bij griep als verkoudheid duurt volledig herstel 1 tot 3 weken. Griep gaat meestal zonder problemen vanzelf over. Het kán ernstig verlopen, vooral als mensen andere ziekten hebben (risicogroepen). Bij gezonde mensen verloopt griep en verkoudheid bijna nooit ernstig.. Bij verkoudheid door sommige virussen kan ziekenhuisopname bij zeer jonge kinderen nodig zijn.

  4. Waar kan ik een tatoeage of piercing op een veilige manier kan laten zetten?

    Kijk op de website www.veiligtatoeerenenpiercen.nl. Op deze site staan alle bedrijven vermeld die al een vergunning hebben. U vindt er ook evenementen waarop getatoeëerd en piercings gezet mogen worden.

  5. Hoe loop je tuberculose op?

    Tuberculose is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door de tuberkelbacterie. De bacteriën verspreiden zich via de lucht, waardoor de ziekte heel besmettelijk kan zijn. De ziekte kan alleen worden overgedragen door direct contact. Dat wil zeggen: door samen met iemand in één ruimte te zijn. Je kunt het niet overdragen via bijvoorbeeld handen geven of drinken uit hetzelfde glas.

  6. Wat zijn de symptomen van tuberculose?

    Door tuberculose kun je klachten krijgen als hoesten, moeheid, koorts en gebrek aan eetlust. Ook kan de ziekte leiden tot ontstekingen. In de longen, maar ook in andere lichaamsdelen, zoals nieren, gewrichten en klieren.

  7. Ben ik als behandelaar verplicht een infectieziekte te melden?

    Ja, u bent strafbaar als u een infectieziekte niet aan ons meldt. Het medisch beroepsgeheim geldt niet voor de meldingsplicht aan de GGD.

  8. Heeft mijn instelling een meldingsplicht?

    De meldingsplicht voor infectieziekten geldt voor instellingen waar kwetsbare groepen verblijven of samenkomen:

     

    • Verpleeghuizen
    • Ziekenhuizen
    • Verzorgingshuizen
    • Instellingen voor verstandelijk gehandicapten
    • Kindercentra
    • Scholen voor basisonderwijs
    • Opvangcentra voor dak- en thuislozen
    • Opvangcentra voor asielzoekers
    • Jeugdinstellingen

     

     

  9. Worden de kosten voor een TBC-behandeling vergoed?

    Wanneer u de GGD bezoekt omdat bij u tuberculose is vastgesteld maakt de GGD kosten voor uw behandeling en/of eventueel vervolgonderzoek. Vanaf 1 juli 2013 declareert de GGD deze kosten bij uw zorgverzekeraar. De tarieven zijn vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza). Uw zorgverzekeraar vergoedt deze kosten meestal.  In uw zorgverzekering is een eigen risico opgenomen. Het eigen risico is een bedrag dat u elk jaar eerst zelf moet betalen. Daarna betaalt uw zorgverzekering de kosten voor zorg. Alleen mensen die 18 jaar of ouder zijn, betalen dit eigen risico.

     

    Neemt u voor meer informatie contact op met uw zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar kan u vertellen welke zorgkosten worden vergoed, wat uw polisvoorwaarden zijn en hoe uw zorgnota is opgebouwd.

  10. Vergoedt mijn verzekeraar het GGD-bezoek aan de afdeling infectieziektebestrijding?

    Wanneer u de GGD bezoekt omdat bij u een infectieziekte is vastgesteld maakt de GGD kosten voor uw behandeling en/of eventueel vervolgonderzoek. Vanaf 1 juli 2013 declareert de GGD deze kosten bij uw zorgverzekeraar. De tarieven zijn vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza). Uw zorgverzekeraar vergoedt deze kosten meestal.  In uw zorgverzekering is een eigen risico opgenomen. Het eigen risico is een bedrag dat u elk jaar eerst zelf moet betalen. Daarna betaalt uw zorgverzekering de kosten voor zorg. Alleen mensen die 18 jaar of ouder zijn, betalen dit eigen risico.

     

    Neemt u voor meer informatie contact op met uw zorgverzekeraar. De zorgverzekeraar kan u vertellen welke zorgkosten worden vergoed, wat uw polisvoorwaarden zijn en hoe uw zorgnota is opgebouwd.

  11. Laat meer zien van: Infectieziekten en hygiëne

    Gezond blijven

  1. Wat moet ik doen om gezond te blijven?

    Letten op de dingen die je eet en drinkt. Zo kan je af en toe een vette maaltijd vervangen door een salade en frisdrank laten staan voor een glas water.

    Verwijsindex risicokinderen Zeeland

  1. Wat is de VerwijsIndex Risicokinderen Zeeland (VIRZ) en hoe werkt het?

    De verwijsindex risicokinderen is een digitaal systeem dat risicosignalen van hulpverleners over jongeren tot 23 jaar bij elkaar brengt. Door de melding in de verwijsindex, weten hulpverleners sneller of een kind ook bekend is bij een collega. Dankzij de verwijsindex blijft elke jongere in beeld en kunnen hulpverleners elkaar informeren en hun activiteiten op elkaar afstemmen.  

  2. Waarom is er een VIRZ?

    Wanneer een jongere  problemen heeft, kan het gebeuren dat meerdere organisaties tegelijkertijd betrokken zijn bij de hulp aan deze jongere. Het is belangrijk dat organisaties dit van elkaar weten. In de praktijk was dat helaas niet altijd het geval. Daarom is de verwijsindex ontwikkeld. De verwijsindex zorgt ervoor dat de betrokken hulpverleners zo vroeg mogelijk met elkaar in contact komen en de hulp op elkaar afstemmen.

  3. Welke organisaties zijn bij de VIRZ betrokken?

    Op dit moment zijn bij de Verwijsindex Zeeland de volgende organisaties betrokken: Bureau Jeugdzorg, Juvent Jeugd & Opvoedhulp Zeeland, GGD Zeeland, St. Algemeen Maatschappelijk Werk, Emergis, MEE Zeeland, Agathos Thuiszorg, Eleos, St. de Vluchtheuvel, Zorgsaam, Centrum voor Jeugd en Gezin in de 13 Zeeuwse gemeenten, leerplichtambtenaren en RMC-trajectbegeleiders en de Raad voor de Kinderbescherming.

    In de toekomst kunnen zich nog andere instellingen aansluiten zoals bijvoorbeeld scholen, politie, peuterspeelzalen etc.

  4. Wanneer wordt een kind aangemeld in de VIRZ?

    Wanneer een professional zich zorgen maakt over een kind wordt dit met de ouders en of de jongere besproken. Wanneer die zorg blijft, wordt een melding in de verwijsindex gedaan.

  5. Wat voor informatie staat er in de VIRZ?

    In de verwijsindex staat alleen dat er een melding is gedaan. De aard van de melding wordt niet bijgehouden. Die informatie blijft in het dossier van de desbetreffende hulpverlener. Een melding omvat daarom alleen: identificatiegegevens van de jongere, identificatiegegevens van de desbetreffende hulpverlener, datum van de melding en contactgegevens van de meldende organisatie.

  6. Welke informatie staat er NIET in de VIRZ?

    De VIRZ is enkel een risicosignaleringssysteem dat bij meerdere meldingen rondom
    één kind een signaal geeft zodat hulpverleners onderling goede afspraken over de
    hulpverlening aan het kind kunnen maken. Het systeem geeft aan dat
    meerdere partijen zich zorgen maken over een kind, niet waarom. Het is dus géén
    zoekmachine, registratiesysteem of dossier. De specifieke informatie
    ('wat-informatie') staat niet in de VIRZ, maar in het dossier van de betreffende
    instantie.

  7. Wordt een melding rondom een kind in de VIRZ met de ouders besproken?

    Medewerkers van de instanties die bij de VIRZ zijn aangesloten, hebben een meldrecht en een informatieplicht. Een meldrecht betekent dat de medewerkers, op basis van gegronde redenen, het recht hebben om een melding te maken rondom een kind in de VIRZ. De informatieplicht houdt in dat de ouders geïnformeerd worden - mondeling of schriftelijk- over de melding. Als het kind jonger is dan 16 jaar worden de ouders geïnformeerd, als een kind ouder is dan 16 jaar wordt de jongere zelf geïnformeerd. Bij kinderen tussen de 12 en 16 jaar worden zowel de jongere als de ouders samen geïnformeerd over een melding in de VIRZ. Het informeren over de melding in de VIRZ kan per brief maar ook in een gesprek. Op de informatieplicht is één uitzondering. Als er een bedreigende situatie ontstaat voor de jongere en/of hulpverlener en/of waarbij de veiligheid op het spel staat, mag van de informatieplicht worden afgeweken.

  8. Wat gebeurt er nadat er een melding in de VIRZ is gedaan?

    Zijn er 2 of meer meldingen bij een jongeren, dan is er sprake van een “match”. De betrokken hulpverleners krijgen per mail een signaal dat er een melding voor ze klaarstaat in de Verwijsindex. In de melding staat alleen door wie en over welke jongere een melding is gedaan. Zo kunnen betrokkenen eenvoudig contact met elkaar opnemen zodat zij de hulp en begeleiding voor het kind met elkaar kunnen afstemmen. Uiteraard worden ouders en of de jongere zelf daarbij betrokken.

    Voor het uitwisselen van informatie over de jeugdige tussen de betreffende hulpverleners is toestemming nodig. Een jongere boven de 18 moet zelf toestemming geven, bij een jongere onder de 18 jaar moet de toestemming van de ouder(s) komen.  

  9. Hoe zit het met de privacy en de VIRZ?

    Zodra een jeugdige in de VIRZ is opgenomen, is er sprake van verwerking van persoonsgegevens. Hierbij is de privacywetgeving van toepassing, waaronder de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP). De persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden.

  10. Hoe lang blijft een melding in de VIRZ bewaard?

    Een melding blijft maximaal twee jaar in de verwijsindex bestaan. Na het verlopen van deze periode wordt de melding vastgelegd in een archief. Daarin wordt de melding nog vijf jaar bewaard. Vervolgens verdwijnt de melding automatisch uit het systeem.

  11. Als u het niet eens bent met een melding in de VIRZ.

    U heeft het recht om te verzoeken de melding uit de VIRZ te verwijderen. Als de hulpverlener uw verzoek niet inwilligt, dan kunt u bezwaar aantekenen bij het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente waar de jeugdige woont.

  12. Laat meer zien van: Verwijsindex risicokinderen Zeeland

    Hitte

  1. Wanneer is het te warm?

    Wanneer de buitentemperatuur langdurig boven de 250 C is, beginnen mensen last te krijgen van de hitte. Vooral kwetsbare groepen kunnen last krijgen van vermoeidheid, concentratie­problemen of benauwdheid. Dat geldt des te meer wanneer er ook sprake is van een hoge lucht­vochtigheid, zonnestraling, weinig wind, isolerende kleding, fysieke inspanning en weinig afkoeling in de nacht. Preventieve maatregelen zijn dan noodzakelijk.

  2. Waarom is hitte gevaarlijk voor bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen?

    De bewoners zijn meer dan gemiddeld gevoelig voor de gevolgen van aanhoudende hitte. Enerzijds omdat deze groep meer met ziekten en beperkingen te maken heeft. Anderzijds vanwege de huisvesting die niet altijd voldoende op hitte is berekend. Pas sinds enige tijd wordt er bij nieuw- en verbouw van verpleeg- en verzorgingshuizen gewerkt met toepassing van klimaatbeheersings­systemen.

     

  3. Hoe moet ik medicijnen bewaren tijdens hitte?

    Lees altijd de bijsluiter voor het bewaaradvies. Staat er niets over beschreven, dan kunt u het middel het beste bewaren in een droge kast waar het niet warmer wordt dan 25°C. De badkamer is geen goede plek voor medicijnen: het is daar te vochtig. Staat er wel een bewaarvoorschrift op het etiket en in de bijsluiter, volg deze dan op. 

     

     

  4. Wat zijn de risico's bij evenementen in de volle zon?

    Wanneer mensen dicht op elkaar gepakt staan, in de volle zon, wordt het moeilijk om lichaamswarmte kwijt te raken. Daarnaast zijn er evenementen waarbij de deelnemer zich moet inspannen, zoals bij een sport evenement. Risicovol gedrag bestaat vooral uit onvoldoende vochtinname en overmatig alcoholgebruik. Bezoekers van evenementen hebben bij warm weer een groter risico op gezondheids­problemen door een continue blootstelling aan een hoge omgevingstemperatuur. Neem voor meer informatie contact op met de GGD.

     

  5. Waarom is hitte een probleem?

    Aanhoudend warm weer vormt een gezondheidsrisico voor bepaalde groepen. Met name ouderen, mensen in zorghuizen, chronisch zieken en mensen met overgewicht zijn risicogroepen. Deze mensen kunnen de hitte niet goed aan. Ze krijgen gezondheidsproblemen door de warmte. Uit onderzoek is gebleken dat er in Nederland elk jaar extra sterfgevallen zijn tijdens perioden van aanhoudende hitte. Het CBS heeft berekend dat er in 2010, tijdens de laatste periode van aanhoudend warm weer, naar schatting 500 mensen meer zijn overleden dan normaal.

     

  6. Wat is een hittegolf?

    Een periode met aanhoudende warmte wordt een hittegolf genoemd als op het KNMI-station De Bilt minimaal vijf aaneengesloten dagen zomers (temperaturen hoger dan 25°C) verlopen. Minimaal drie van deze vijf dagen dienen tropisch (meer dan 30°C) te zijn.

     

  7. Wat is de maximale temperatuur waarbij lesgegeven mag worden?

    In het onderwijs zijn géén concreet vastgestelde normen voor de temperatuur in lokalen Het schoolbestuur bepaalt zelf of het bij aanhoudend warm zomerweer een “tropenrooster” instelt. Een tropenrooster is een rooster die aangepast is ten gevolge van hitte. NB: Het minimum aantal lesuren per schooljaar moet in ieder geval gehaald worden.

     

  8. Wat is het Nationale Hitteplan?

    Het Nationale Hitteplan geeft een overzicht van de verantwoordelijkheden en maatregelen die gelden in de zorg rondom een periode van aanhoudende hitte. In het Nationale Hitteplan wordt aangegeven wie verantwoordelijk is voor het attenderen en waarschuwen voor perioden van aanhoudende hitte. Het plan geeft ook aan wat de werkwijze is voor het doorgeven van waarschuwingsberichten aan verschillende betrokkenen. Zorgverleners zullen zich moeten voorbereiden op perioden van aanhoudende hitte en tijdens deze hitteperioden maatregelen treffen. Als de kans op een aanhoudende periode van warm weer, i.e. vier opeenvolgende dagen met een temperatuur boven de 27 oC groter is dan 90 % in een gebied in Nederland, dan spreekt men van een actief Nationaal Hitteplan.

     

  9. Laat meer zien van: Hitte

    Regionaal Kompas

  1. Voor wie is het Regionaal Kompas bedoeld?

    Het Regionaal Kompas is vooral bedoeld voor beleidsmedewerkers van Zeeuwse gemeenten, maar biedt ook informatie die voor een breder publiek interessant is. In het Regionaal Kompas is informatie over gezondheid, ziekte en risicofactoren te vinden. Daarnaast biedt het informatie over mogelijkheden voor lokaal beleid en interventies.

    Veelgestelde vragen over het enquêteonderzoek jodiumtabletten

  1. Ik heb gegoogled maar ik kan de enquête niet op het internet vinden.

    U moet onderzoek.ggdzeeland.nl intikken in de adresbalk bovenin uw scherm. Intikken in google of een andere zoekmachine werkt niet. U kunt ook hier de link onderzoek.ggdzeeland.nl aanklikken

  2. Ik kan niet goed teruggaan naar de vorige vraag. Wat nu?

    U kunt terug naar een vorige vraag door op ‘vorige’ te klikken. Let er wel op dat de vraag waar u mee bezig bent, pas opgeslagen wordt als u op ‘volgende’ hebt geklikt. Gebruik om terug te keren naar de vorige vraag NIET de knoppen van uw browser (zoals bijvoorbeeld Internet Explorer).

  3. Ik vind sommige vragen uit de vragenlijst een te grote inbreuk maken op mijn privacy.

    De gegevens uit de vragenlijst worden alleen gebruikt voor dit onderzoek. Vragen over bijvoorbeeld opleidingsniveau en religie lijken op het eerste gezocht misschien niet relevant te zijn voor het onderzoek, maar op groepsniveau kunnen deze indirect iets zeggen over hoe groepen mensen over het onderwerp denken.

  4. Ik heb de jodiumtabletten niet gekregen of weggegooid.

    Het doel van deze vragenlijst is om inzicht hoe burgers de huis-aan-huis verspreidingen hebben ervaren. Daarom is het ook belangrijk dat we vragenlijsten hebben van zoveel mogelijk burgers , dus ook van burgers die de jodiumtabletten hebben weggegooid of de tabletten niet nuttig vinden. Dit omdat we anders een vertekend beeld zouden kunnen krijgen van de werkelijke situatie.

  5. Wat is het nut van dit onderzoek?

    De GGD Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland willen graag weten wat uw mening is over het huis-aan-huis verspreiden van de jodiumtabletten. Uw antwoorden zijn erg belangrijk! Ze verschaffen ons inzicht in hoe de huis-aan-huis verspreiding van de jodiumtabletten en de voorlichting hierover is geweest en in de toekomst te verbeteren is.

  6. Halverwege is de enquête gestopt. Wat nu?

    Halverwege met de enquête gestopt. Wat nu?

    Als u halverwege gestopt bent met invullen of wanneer het invullen is afgebroken door een computerstoring, kunt u meteen weer beginnen als u opnieuw inlogt. De antwoorden die u al heeft ingevuld zijn dan automatisch bewaard. U kunt weer verder gaan met de vraag waar u gebleven was. U hoeft dus niet de hele vragenlijst opnieuw in te vullen.

  7. Zijn mijn gegevens goed beveiligd?

    De gegevens worden vertrouwelijk behandeld en alleen voor dit onderzoek gebruikt. Om de gegevens te beveiligen hebben we allerlei maatregelen genomen. De gegevens worden verwerkt met goed beveiligde computersystemen. Anderen kunnen hier niet bij.

     

     

  8. Weten anderen wat ik heb ingevuld?

    Wij gebruiken uw naam en adres alleen voor het versturen van de herinneringsbrieven. Het bestand met namen en adressen wordt niet gekoppeld aan de antwoorden en wordt na afloop vernietigd. Dus niemand weet later wat u heeft ingevuld. De resultaten van het onderzoek gaan ook alleen over groepen mensen. Het gaat dus niet om u persoonlijk.

  9. Ik heb geen computer om de enquête in te vullen. Wat nu?

    Als u geen computer heeft en ook niet elders hiervan gebruik kan maken (bijvoorbeeld in de bibliotheek) kunt u een papieren enquête aanvragen bij de GGD Zeeland. Bel ons dan op telefoonnummer:0113 249 470.

  10. De brief met de inlogcode ben ik kwijt geraakt. Wat nu?

    U kunt een inlogcode opvragen bij de GGD Zeeland. Telefoon: 0113 249 456.

  11. Laat meer zien van: Veelgestelde vragen over het enquêteonderzoek jodiumtabletten

    Veelgestelde vragen over de enquête 'Kijk uit op de Westerschelde'

  1. Wat is het doel van het onderzoek?

    In het onderzoek staan twee vragen centraal. Ten eerste wordt onderzocht wat mensen gaan doen als op de Westerschelde een ongeval plaatsvindt met gevaarlijke stoffen en er wordt berekend hoeveel mensen als gevolg hiervan gewond zullen raken of komen te overlijden. Ten tweede gaat het onderzoek ook over de vraag of omwonenden van de Westerschelde zich beter kunnen voorbereiden op een ongeval met gevaarlijke stoffen en zo ja, wat is dan een goede voorbereiding?`

  2. Door wie wordt het onderzoek uitgevoerd?

    De enquête wordt uitgevoerd door de GGD Zeeland. De GGD Zeeland heeft voor dit project subsidie ontvangen van ZonMw (www.zonmw.nl). Om te resultaten van het onderzoek te implementeren wordt samengewerkt met de gemeenten.  

     

    Bij het onderzoek is de Erasmus Universiteit Rotterdam en TNO betrokken. De Erasmus Universiteit Rotterdam zal de complexe statistische analyses voor de GGD uitvoeren.

  3. Wat gebeurt er met de resultaten van het onderzoek?

    De verzamelde gegevens worden verwerkt door onderzoekers van de GGD en de Erasmus Universiteit Rotterdam. Met deze resultaten wil de GGD de gemeenten adviseren hoe zij burgers beter kan voorbereiden op een eventuele ramp met gevaarlijke stoffen. De resultaten zullen medio 2013 voor iedereen te raadplegen zijn via www.ggdgezondheidsatlas.nl. In de resultaten van het onderzoek worden alleen gegevens gepresenteerd van de totale groep mensen die een vragenlijst hebben ingevuld en van subgroepen, zoals bijvoorbeeld mannen en vrouwen. De resultaten zijn niet herleidbaar tot 1 persoon.

  4. Waarom staat er een (streepjes)code op de achterkant van de vragenlijst/op de antwoordkaart?

    Bij het versturen van de herinneringen vergelijken we de codes met het gehele adressenbestand, om ervoor te zorgen dat alleen díe mensen een herinnering krijgen, die de vragenlijst nog niet hebben teruggestuurd. Wanneer de codes er niet op zou staan, zouden we iedereen (ruim 2000 Volwassenen) weer post moeten sturen. Dit is niet alleen duur, maar ook vervelend. Bovendien, als u de vragenlijst heeft ingevuld, is het niet zo leuk om nog 2x een herinnering te ontvangen.

     

  5. Ik heb de vragenlijst al teruggestuurd, maar ik krijg nu toch nog een herinneringsbrief. Hoe kan dat?

    Waarschijnlijk heeft u de vragenlijst ingevuld nadat de herinneringsbrieven zijn klaar gemaakt voor verzending met de post. Uw vragenlijst en onze brief hebben elkaar gekruist.

    U kunt de herinnering weggooien. Fijn dat u de vragenlijst hebt ingevuld.

  6. Hoe is het mogelijk dat ik een herinnering krijg? Het is toch anoniem?

    Om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen de vragenlijst invullen sturen we één of zo nodig twee herinneringen. Er zijn strikte regels voor hoe er met uw naam en adresgegevens tijdens het onderzoek wordt omgegaan. Voor het versturen van een herinneringsbrief gebruiken we de barcode die op elke vragenlijst staat. Deze barcode wordt gescand als we de vragenlijst ontvangen. We vergelijken de binnengekomen barcodes en inlogcodes met de geselecteerde personen voor het onderzoek en versturen op basis hiervan herinneringsbrieven. Na afloop van het onderzoek worden alle adresgegevens vernietigd.

  7. Waarom zit de brief aan de vragenlijst vast?

    Hoe meer losse stukken in een envelop moeten worden gestopt, hoe groter de kans op fouten is. En hoe hoger de kosten. Daarom zit de brief aan de vragenlijst vast.

     

    Het is de bedoeling dat u de brief eraf scheurt (langs de perforatierand) voordat u de ingevulde vragenlijst terugstuurt.

  8. Ik heb de brief niet losgescheurd van de vragenlijst. Wat nu?

    Dat is niet erg. De gegevens die op de brief staan worden niet gebruikt. Voordat uw antwoorden worden ingelezen door een computer, wordt de brief eraf gescheurd en vernietigd.

     

    De antwoorden die u op de vragenlijst invult, worden niet gekoppeld aan uw naamgegevens en zijn op geen enkele manier naar u terug te leiden.

  9. Mag iemand anders de vragenlijst invullen?

    Nee, dit is uitdrukkelijk niet de bedoeling.

    Door de computer is er willekeurig een groep mensen geselecteerd. Als iemand anders de vragenlijst invult dan krijgen we geen goed beeld

     

     

  10. Ik heb een herinneringsbrief gehad maar ik heb de vragenlijst niet meer. Kan ik een nieuwe vragenlijst krijgen?

    U kunt het secretariaat AGZ van de GGD bellen (tel 0113-249 456) of mailen (onderzoek@ggdzeeland.nl). Er zal een nieuwe enquête worden opgestuurd.  

  11. Ik ben de antwoordenvelop kwijt.

    Als u zelf een grote blanco envelop heeft, zou u de vragenlijst daar dan in willen doen? Deze graag richten aan:

     

    GGD Zeeland

    t.a.v. secretariaat AGZ (enquête)

    Antwoordnummer 390

    4460 VB GOES

     

    Er hoeft géén postzegel op.

  12. Hoe komt u aan onze naam en adres?

    Alle inwoners van een gemeente zijn opgenomen in het bevolkingsregister van die gemeente. Niet iedereen kan zomaar uw naam en adres bij de gemeente opvragen. De GGD is door de landelijke overheid gemachtigd om voor een enquête als deze willekeurig een aantal namen en adressen uit het bevolkingsregister (=gemeentelijke basisadministratie) op te vragen.

    Uit het bevolkingsregister van de 2 gemeenten in Zeeland zijn willekeurig ruim 2.000 namen en adressen getrokken. U bent toevallig ook één van de personen die op deze manier geselecteerd zijn om aan het onderzoek mee te doen.

  13. Wat betekent ‘vertrouwelijk’? Weten anderen wat ik heb ingevuld?

    In dit onderzoek beschermen wij de privacy zoals in de Wet Bescherming Persoonsgegevens staat. De onderzoeksgegevens worden niet gekoppeld aan uw naam- en adresgegevens. De antwoorden die u op de vragenlijst invult (of dat nu schriftelijk is of via internet) zijn dus op geen enkele manier naar u terug te leiden. Het onderzoek gaat ook niet om individuele personen. In de resultaten van het onderzoek worden alleen maar gegevens gepresenteerd van groepen mensen: van de totale groep mensen die een vragenlijst hebben ingevuld en van subgroepen, zoals bijvoorbeeld mannen en vrouwen. Niemand weet dus wat u heeft ingevuld.

  14. Moet ik toestemming geven voor deelname aan het onderzoek? Kan ik me terugtrekken?

    Met het terugsturen van de vragenlijst geeft u toestemming voor het verwerken van de gegevens. Het is (technisch) niet mogelijk om u zich achteraf terug te trekken, omdat de antwoorden gescheiden zijn van naam- en adresgegevens. Daardoor is niet te achterhalen van wie de antwoorden afkomstig zijn. Alle geregistreerde onderzoeksgegevens worden bewaard volgens wettelijke richtlijnen.

  15. Laat meer zien van: Veelgestelde vragen over de enquête 'Kijk uit op de Westerschelde'