Samenvatting
In april 2004 is in Zeeland het Provinciaal Samenwerkingsverband Borstvoeding opgericht met als doel het verhogen van het percentage borstgevoede kinderen van 6 maanden naar 22% in 5 jaar tijd (2005-2010). In opdracht van de stuurgroep van dit samenwerkingsverband is in 2005 een nulmeting uitgevoerd naar de borstvoedingscijfers in Zeeland.
Ruim 1200 moeders met een kind van 6 maanden of jonger hebben tijdens een bezoek aan het consultatiebureau een vragenlijst ontvangen, met hierin vragen over het type melkvoeding en een aantal achtergrondkenmerken van moeder en kind. 764 vragenlijsten zijn teruggestuurd. Bij de data van deze meting zijn de gegevens van de Zeeuwse moeders gevoegd die hadden meegedaan aan de Peiling Melkvoeding 2005 van TNO. Dit leverde een totaal databestand op van 910 moeders.
Uit de analyses blijkt dat zo’n driekwart van de moeders begint met borstvoeding. Ongeveer een derde daarvan is na één maand al afgehaakt. Met drie maanden geeft 40% uitsluitend borstvoeding, op de leeftijd van 6 maanden is dit geslonken naar 15%. Dit laatste percentage ligt lager dan de landelijke 20% uit de meest recente TNO-peiling. De belangrijkste redenen voor borstvoedende moeders om al vroeg kunstvoeding te gaan geven hebben vooral te maken met de drinktechniek van de baby en het niet op gang komen en teruglopen van de melk. Ook moeders die op een later tijdstip (vanaf maand twee) kunstvoeding introduceerden is ‘te weinig melk’ een belangrijke reden, maar gaat ‘werk’ een steeds belangrijkere rol spelen.
Een aantal achtergrondkenmerken hangt samen met het geven van borstvoeding. Moeders geven vaker borstvoeding als zij niet in Zeeuws Vlaanderen wonen, het betreffende kind niet het tweede kind is, de moeder buiten Nederland geboren is, hoog opgeleid is, na de bevalling weinig of helemaal niet werkt, een zwangerschap van 38 weken of meer heeft gehad, het kind binnen 1 à 2 uur na de geboorte de borst gegeven heeft en 48 uur of meer kraamzorg heeft gehad.
Vanuit het samenwerkingsverband borstvoeding Zeeland zijn sinds de oprichting verschillende activiteiten opgestart om het geven van borstvoeding te bevorderen. Herhaling van de nulmeting in 2010 zal antwoord moeten geven op de vraag of al deze inspanningen uiteindelijk hebben geleid tot een hoger percentage borstvoedende moeders.
Het volledige rapport en een factsheet met de belangrijkste resultaten zijn hier te downloaden.
Deze documenten, alsmede meer informatie over het Provinciaal Samenwerkingsverband Borstvoeding, zijn ook te vinden op de site van Allévo: www.allevo.nl. Hier is ook het Zeeuws borstvoedingsprotocol dat door het samenwerkingsverband is ontwikkeld, te downloaden.


