Jeugdmonitor Zeeland 2004: gezondheid
Ervaren gezondheid en ziekteverzuimVan de derdeklassers ervaart één op de drie de eigen gezondheid als goed, meer dan de helft (58%) geeft zelfs het oordeel ‘zeer goed of uitstekend’. In vergelijking met landelijke cijfers wordt de eigen gezondheid in Zeeland beter beoordeeld dan landelijk het geval is. De ervaren gezondheid hangt samen met roken, alcohol, drugs, voeding en beweging. De leerlingen die hun gezondheid als matig of slecht ervaren, roken vaker elke dag dan leerlingen die de eigen gezondheid als zeer goed of uitstekend ervaren (resp. 30% en 11%). Ook drinkt 17% van hen excessief alcohol. Bij derdeklassers die zich zeer goed of uitstekend voelen is dit 12%.
Derdeklassers die hun gezondheid als zeer goed of uitstekend beoordelen, ontbijten vaker dagelijks ten opzichte van derdeklassers die hun gezondheid als matig of slecht beoordelen. Ook blijkt uit het onderzoek dat voldoende beweging positief samenhangt met de ervaren gezondheid: van de leerlingen die zich zeer goed of uitstekend voelen, sport/beweegt 67% zeven uur per week of meer en van de leerlingen die zich matig of slecht voelen 50%.
Overgewicht en (chronische) aandoeningen
Bij 4% van de leerlingen is sprake van overgewicht, bij jongens iets vaker dan bij meisjes. Zowel jongens als meisjes scoren hier lager dan het landelijk gemiddelde (respectievelijk 11% en 8%). Van de derdeklassers die overgewicht hebben, vindt bijna de helft zich niet te dik.
De meest gerapporteerde chronische ziekten en/of aandoeningen zijn allergieën (17%) en luchtwegaandoeningen (12%), gevolgd door eczeem (6%). Volgens landelijke referentiegegevens van 12-17 jarigen zijn de percentages voor luchtwegaandoeningen en eczeem bij de Zeeuwse leerlingen twee keer zo hoog (landelijk respectievelijk 6% en 3%. Voor migraine is het percentage echter ruim twee keer zo laag (11% landelijk, 5% in Zeeland). Een kanttekening is dat in het Zeeuwse onderzoek naast eczeem ook naar een andere huidziekte is gevraagd; dit is een mogelijke verklaring voor het hogere percentage.
Medicijngebruik
Van de derdeklassers heeft iets meer dan de helft medicijnen of vitaminen/mineralen gebruikt in de twee weken voorafgaand aan het onderzoek. Meisjes gebruiken vaker medicijnen dan jongens. Van de gebruikers van voorgeschreven medicijnen, gebruikt 39% pijn- en koortswerende middelen (landelijk 11%) en 13% vitaminen/mineralen (landelijk 8%); van de gebruikers van niet voorgeschreven medicijnen gebruikt 83% pijn- en koortswerende middelen (landelijk 78%) en 39% vitaminen/mineralen (landelijk 10%).
Sportblessures en ongevallen
Bijna één op de vijf derdeklassers heeft de twaalf maanden voorafgaand aan het onderzoek een dokter of ziekenhuis (EHBO) bezocht wegens een sportblessure. Bij ongevallen rapporteert 9% hulpverlening te hebben gezocht. Zowel sportblessures als ongevallen komen vaker voor bij jongens dan bij meisjes.
Psychosociale gezondheid
Uit het onderzoek komt naar voren dat bijna drie op de tien derdeklassers een indicatie heeft voor psychosociale problematiek, oftewel een verhoogde KIVPA-score*. Gesteld wordt dat ongeveer driekwart hiervan daadwerkelijk te maken heeft met psychosociale problemen, oftewel bijna 20% van de derdeklassers. Deze leerlingen zijn vaker te vinden in het praktijk – of speciaal onderwijs dan onder havo/vwo-leerlingen. Leerlingen met een verhoogde KIVPA-score maken zich vooral zorgen over de toekomst (72%), kunnen niet zo goed praten met ouders/verzorgers (60%) en zijn ontevreden met hun uiterlijk (47%). Als psychosomatische klachten worden vooral ‘moeite om in slaap te vallen’ (34%), ‘moeheid’ (30%) en ‘hoofdpijn’ (26%) genoemd. Als eigenschappen komen vooral ‘zorgen maken’ (80%), ‘onzeker voelen’ (72%) en ‘opstandig’/ongehoorzaam’ (62%) naar voren.
De psychosociale gezondheid hangt onder andere samen met medicijngebruik, beweging en schoolbeleving. Derdeklassers met een verhoogde KIVPA-score gebruiken vaker pijn- en koortswerende middelen dan de anderen. Ook sporten/bewegen zij minder. Uit de vragen met betrekking tot het wel/niet begrijpen van de lesstof, blijkt dat naar verhouding ruim twee keer zoveel derdeklassers met een verhoogde KIVPA-score hierover een negatief oordeel hebben. Derdeklassers met een verhoogde KIVPA-score kunnen minder vaak bij iemand terecht (53% geeft aan ‘soms of nooit’) dan leerlingen zonder een verhoogde score (26% zegt ‘soms of nooit’). Zij bespreken hun problemen het meest met een vriend/vriendin (44%) of gaan naar hun moeder, pleeg- of stiefmoeder (20%). Leerlingen met een KIVPA-indicatie gaan iets minder vaak (direct) na school naar huis dan leerlingen zonder indicatie (resp. 60% en 76%).
*Korte Indicatieve Vragenlijst voor Psychosociale problematiek bij Adolescenten. Deze score wordt berekend uit een aantal vragen, onderverdeeld in drie onderdelen: vragen over ‘hoe het met je gaat’, vragen over psychosomatische klachten en in hoeverre de leerling zelf vindt dat hij/zij voldoet aan bepaalde eigenschappen.
Suïcide
Ongeveer een kwart (23%) van de derdeklassers heeft in de twaalf maanden voorafgaand aan het onderzoek wel eens serieus aan suïcide gedacht. Eén op de tien (9%) heeft daadwerkelijk ooit één of meerdere suïcidepogingen gedaan. Landelijk is dat resp. 20% en 6%. In beide gevallen betreft het vaker meisjes dan jongens. Door leerlingen met een verhoogde KIVPA-score worden vaker suïcidegedachten en –pogingen gerapporteerd in vergelijking met een niet verhoogde KIVPA-score.
Pesten
Een klein percentage van de derdeklassers (6%) is in de twaalf maanden voorafgaand aan dit onderzoek een paar keer per maand of vaker op school gepest of getreiterd. Tevens heeft bijna één op de tien anderen gepest of daaraan meegedaan. Meisjes worden vaker gepest, jongens daarentegen pesten vaker zelf.
Conclusies
De ervaren gezondheid hangt niet alleen samen met de lichamelijk gezondheid, maar ook met de psychosociale gezondheid. Een matig of slecht ervaren gezondheid komt ongeveer drie keer zoveel voor bij leerlingen met een indicatie voor psychosociale problematiek.
De Zeeuwse leerlingen ervaren hun gezondheid niet slechter dan de landelijke referentiegroep van 12-17 jarigen. Overgewicht komt in Zeeland minder vaak voor in vergelijking met Nederland. Wat het vóórkomen van chronische ziekten en/of aandoeningen betreft, zou in Zeeland meer aandacht besteed kunnen worden aan luchtwegaandoeningen. Zowel pijn- en koortswerende middelen als vitaminen/mineralen worden door Zeeuwse 14/15 jarigen vaker gerapporteerd dan door Nederlandse 12-17 jarigen. Bijna één op de vijf Zeeuwse derdeklassers heeft te maken met psychosociale problemen.


