Huisartsenzorg in Zeeland 2005
Samenvatting en beschouwing
Landelijk bestaan zorgen over een oplopend tekort aan huisartsen. Het Capaciteitsorgaan van het ministerie van VWS voorspelt een tekort van 16% voor het jaar 2012. Gemeenten in Zeeland vragen zich af hoe de situatie in Zeeland momenteel is en wat de verwachtingen zijn voor de toekomst. Om deze vragen te beantwoorden is een inventarisatie gedaan naar wat al bekend is over vraag en aanbod in de huisartsenzorg in Zeeland. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van huisartsen, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties.
Hieronder de belangrijkste conclusies uit deze inventarisatie en een nadere beschouwing wat dit betekent voor de toekomst.
- De vraag naar huisartsenzorg neemt toe door ontwikkelingen als toename van de bevolking, vergrijzing, toenemende mondigheid van patiënten en extramuralisatie van de zorg.
- Het aanbod aan huisartsenzorg neemt niet evenredig toe vanwege de feminisering van het beroep, toename van deeltijd-werkers en vergrijzing van de beroepsgroep (grote uitstroom).
- In Zeeland zijn 169 huisartsen werkzaam, het overgrote deel mannen (83%).
- Het aandeel solopraktijken is in Zeeland met 44% groter dan landelijk (37%).
- 17% van de huisartsen in Zeeland is ouder dan 55 jaar.
- De leeftijdsverdeling van de huisartsen is niet in alle regio’s gelijk: met name Zeeuws Vlaanderen heeft een relatief groot aandeel 55-plus (27%).
- De vraag naar huisartsenzorg in Zeeland neemt tot 2010 met 3,9% toe (ten opzichte van 2001).
- Op basis van de groeiende zorgvraag en de verwachte toename in deeltijdwerken door feminisering zouden in 2010 179 huisartsen in (het DHV district) Zeeland werkzaam moeten zijn.
- Op basis van de leeftijd van de werkzame huisartsen is het aannemelijk dat 29 van de 169 huisartsen in Zeeland binnen nu en 10 jaar hun praktijk zullen beëindigen.
- Momenteel doen zich in Zeeland geen grote problemen voor ten aanzien van de opvolging van huisartsen.
- In de toekomst kan dit veranderen door een landelijk oplopend tekort aan huisartsen en het onaantrekkelijk worden van Zeeland als vestigingsplaats voor nieuwe huisartsen.
- Het relatief grote aantal solopraktijken in Zeeland is niet aantrekkelijk voor praktijkzoekende huisartsen; slechts 2% van hen heeft een voorkeur voor een solopraktijk.
- De wisselende zorgvraag (relatief rustig in de winter en hoge werkdruk in de zomer door toeristen) zal niet iedere nieuw te vestigen huisarts aanspreken.
- West Zeeuws Vlaanderen en Schouwen-Duiveland zijn kwetsbaren gebieden, vanwege de kleine huisartsenposten. De huisartsen draaien hier relatief veel diensturen. Bovendien ontstaan hierdoor problemen met de financiering van deze posten.
- Om de continuïteit van de huisartsenzorg in Zeeland te waarborgen is meer samenwerking tussen huisartsen nodig. Deze trend is ook al ingezet, al is samenwerken soms lastig in door de uitgestrektheid van een plattelandsgebied.
- De rol van de gemeenten zou vooral faciliterend en ondersteunend moeten zijn.
Hoewel in Zeeland momenteel dus geen problemen spelen wat betreft opvolging van vertrekkende huisartsen is het zaak de vinger goed aan de pols te houden. Als landelijk het tekort oploopt zal dit ook hier voelbaar worden. Het is belangrijk dat Zeeland aantrekkelijk blijft voor praktijkzoekende huisartsen.
Gemeenten hebben weliswaar geen formele bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van de huisartsenzorg, zij voelen zich vaak wel – vanuit de algemene zorgplicht – verantwoordelijk voor een toereikend zorgaanbod. Gemeenten kunnen hieraan bijdragen door het scheppen van een zo gunstig mogelijk vestigingsklimaat, zoals ook door de gesprekpartners werd aangegeven. Zo kan bijvoorbeeld ondersteuning geboden worden aan huisartsen die een HOED willen vormen of bij de opzet van gezondheidscentra. Samenwerkingsverbanden binnen de eerstelijnszorg bieden gemeenten kansen om cure, care en preventie beter op elkaar af te stemmen. Dit betekent wel dat huisartsen en gemeenten met elkaar om de tafel moeten. In een aantal Zeeuwse gemeenten gebeurt dit nu ook al. Zorgverzekeraars zouden hierbij ook moeten kunnen aanschuiven, zij zijn immers feitelijk verantwoordelijk voor de inkoop van voldoende (en kwalitatief goede) zorg.
Het volledige rapport kunt u hier downloaden.


