Screeningen
Hielprik
Nadat een kind is aangegeven bij de gemeente, wordt dit via de provinciale entadministratie (PEA) door gegeven aan de screeners van de JGZ 0 – 4 jaar. De screener is degene die de hielprik en de neonatale gehoorscreening uitvoert. Zij maakt een afspraak met de ouders, om tussen de 4e en 7e dag na de geboorte van het kind een hielprik te komen doen bij de baby. Is er 8 dagen na de geboorte van een kind nog geen hielprik gedaan, dan kan men telefonisch contact opnemen met de entadministratie. Het bloed, verkregen bij de hielprik, wordt onderzocht op mogelijke aanwezigheid van 17 aandoeningen waaronder: PKU, CHT en AGS. De screener zal hierover meer informatie geven.
Gehoortest
Tegelijk met de hielprik, wordt een neonatale gehoorscreening uitgevoerd. Dit is een kortdurend onderzoek dat niet belastend is voor het kind. Het kind krijgt klikgeluiden aangeboden, de zogenaamde oto-akoestische emissies, d.m.v. een oordopje. Op deze manier wordt in een vroeg stadium een indruk verkregen van het gehoor van ieder kind. De gegevens worden doorgestuurd naar de Nederlandse Stichting voor het Dove en Slechthorende Kind (NSDSK). Daar wordt gecontroleerd of alle kinderen binnen 6 weken na de geboorte gescreend zijn. Ouders krijgen direct na het onderzoek de uitslag van de gehoorscreening te horen.


