Smog en gezondheid
Met smog wordt een periode van tijdelijk zeer verontreinigde lucht aangeduid. Stoffen die
invloed hebben op het ontstaan van smog zijn vooral ozon, fijn stof en in mindere mate stikstofdioxide (NO2) en zwaveldioxide (SO2). Ernstige smog met ozon of fijn stof komt meestal enkele dagen per jaar voor. Er kan sprake zijn van geen/geringe smog, van matige smog en van ernstige smog, afhankelijk van de concentraties die er zijn of verwacht worden (zie tabel).
|
|
Geen/geringe smog in µg/m3 |
Matige smog In µg/m3 |
Ernstige smog in µg/m3 |
|
Ozon (uurgemiddelde) |
< 180 |
180 - 240 |
> 240 |
|
Zwaveldioxide (uurgemiddelde) |
< 350 |
350 - 500 |
> 500 |
|
Stikstofdioxide (uurgemiddelde) |
< 200 |
200 - 400 |
> 400 |
|
Fijn stof (daggemiddelde) |
< 50 |
50 - 200 |
> 200 |
Lees meer over de gevolgen van smog>>>
Rol van de GGD
De GGD adviseert gemeenten en provincie over eventueel te nemen maatregelen tijdens een smog-episode. Personen die zich tijdens een periode van smog met (ernstige) gezondheidsklachten bij de GGD melden, worden doorverwezen naar hun eigen huisarts.
Meer informatie
Informatie over de actuele en de verwachte mate van luchtverontreiniging vindt u op:
- www.lml.rivm.nl
- De website van de Provincie Zeeland
- De website van het RIVM inzake de luchtkwaliteitverwachting
Meer informatie over gezondheidseffecten is beschikbaar in de VROM-publieksbrochure "Luchtkwaliteit en gezondheid". Deze brochure is te bestellen of te downloaden op de website van het VROM.


